Val van tribunetrap als gevolg van onvoldoende oplettendheid. Gemeente Leiden niet aansprakelijk.

 

De sporthal Vijf Meihal te Leiden wordt geëxploiteerd door Sportbedrijf Leiden, dat een onderdeel van de gemeente is.

 

Annie en haar echtgenoot hebben op 12 februari 2012 een uitverkochte basketbalwedstrijd in de sporthal bezocht. Bij binnenkomst in de sporthal is Annie, die sportschoenen aan had, via een trap omhoog gelopen naar de dertiende rij op de tribune, waar zij en haar echtgenoot hun zitplaatsen hadden. Na afloop van de wedstrijd is Annie via een andere – gelijkvormige – trap de tribune af gelopen.

 

Annie is bij het afdalen van de tribune ter hoogte van trede 7 ten val gekomen, waarbij zij op het looppad is terecht gekomen. Naast een blauw scheenbeen en een bloedneus heeft zij daarbij letsel opgelopen aan haar linker elleboog, te weten een radiuskopfractuur.

 

Omstreeks juni 2012 is de tribune in de sporthal aangepast.

 

Het geschil

 

Annie verzoekt te verklaren voor recht dat de gemeente jegens Annie aansprakelijk is voor de door Annie geleden en nog te lijden schade als gevolg van het ongeval.

 

Beoordeling door de kantonrechter

 

Annie heeft verschillende verklaringen afgelegd over de drukte op de trap ten tijde van het ongeval. Ter zitting heeft Annie gesteld dat zij na afloop van de wedstrijd heeft gewacht tot de ergste drukte voorbij was. Vervolgens is zij op een lege trap naar beneden gelopen, waarbij zij vrij zicht op de trap had. De eerste tien stappen waren afwisselend treden en stukken tribune met een diepte van 42 respectievelijk 43 cm. Bij de elfde stap stapte Annie alleen met haar hiel op de hiervoor genoemde trede 7 met een diepte van 22 cm. Omdat zij in een cadans liep en niet verwachtte en gezien had dat deze trede aanmerkelijk smaller was dan de voorgaande treden, is zij vervolgens voorover gevallen, aldus Annie. Op dat moment liep er niemand voor haar. Wel stond er naast de trap een vrouw die folders uitdeelde, waardoor Annie volgens eigen zeggen is afgeleid. Ook stonden er mensen naast de trap op het looppad, terwijl er in de zaal ook nog van alles gaande was.

 

Hoewel de gemeente de door Annie gestelde toedracht heeft betwist, is de kantonrechter van oordeel dat nadere bewijslevering achterwege kan blijven, omdat zelfs wanneer de kantonrechter veronderstellenderwijs uitgaat van de door Annie gestelde gang van zaken, de kantonrechter het verzoek afwijst. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat ten tijde van het ongeval geen sprake was van een gebrekkig opstal (als bedoeld in artikel 6:174 BW). 

 

De kantonrechter overweegt daartoe als volgt.

 

De rechtbank stelt voorop dat bij het beklimmen en afdalen van trappen van tribunes een extra oplettendheid en voorzichtigheid dient te worden betracht omdat het een feit van algemene bekendheid is dat de trappen van tribunes (of het nu gaat om sporthallen, stadions of concert- en theaterzalen) afwijken van een standaard trap en ook de afstand van de te nemen treden voortdurend kan wijzigen, al naar gelang de constructie van de tribune en de plaatsing van de stoelen. Die oplettendheid is ook geboden omdat in veel gevallen geen trapleuningen aanwezig zijn omdat de constructie van een tribune dat niet toelaat.

 

Weliswaar is voorstelbaar dat Annie, toen zij van de tribune afliep, op de eerste tien treden en stukken tribune van gelijke lengte een bepaalde cadans in haar loopritme ontwikkelde, zoals Annie heeft gesteld, maar dit ontslaat haar niet van de voornoemde oplettendheid. Weliswaar mocht zij er, zolang ze tussen de stoelen liep van uitgaan dat de treden even diep waren, maar op het moment dat de tribune feitelijk eindigt, diende zij erop bedacht te zijn dat de situatie kon wijzigen. Annie mocht er dan ook niet vanuit gaan dat de treden van de gehele trap dezelfde lengte zouden hebben en dat zij de gehele trap in dezelfde cadans kon aflopen.

 

Het voorgaande maakt dat het Annie bij de door haar in de gegeven omstandigheden in acht te nemen oplettendheid had moeten opvallen dat de diepte van de treden vanaf trede 7 wijzigde. Voor zover Annie heeft aangevoerd dat zij is afgeleid door een vrouw die folders uitdeelde en omdat er in de zaal ook nog van alles gaande was, komt dit voor haar rekening en risico. Annie heeft erkend dat de vrouw die folders uitdeelde stond opgesteld op het looppad onderaan de trap, zodat zij eerst de trap met de nodige oplettendheid had kunnen afdalen alvorens de folder in ontvangst te nemen.

 

De omstandigheid dat de gemeente de tribune enkele maanden na het ongeval van Annie heeft aangepast, maakt wellicht dat de situatie thans veiliger is dan voorheen, maar hieruit kan niet de conclusie worden getrokken dat de tribune voorheen gebrekkig was.

 

Het voorgaande leidt ertoe dat de gemeente niet aansprakelijk is voor het ongeval.

 

De hierboven weergegeven casus is een samenvatting en de naam Annie is in verband met de leesbaarheid van het artikel gefingeerd. De volledige uitspraak is te vinden via de onderstaande link met rechtspraak.nl:  

 

 

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:2432

 

   

Home

 

Wilt u meer weten over het bovenstaande onderwerp, of heeft u andere vragen aan Schölvinck-Incasso? Dan kunt u mij bereiken via 020 – 622 4632, of gebruik het formulier hieronder om contact met mij op te nemen. U krijgt binnen 24 uur een reactie op uw e-mail.

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.