U moet tijdig klagen

 

De VvE vordert veroordeling van Datadebt tot betaling van € 41.837,68


De VvE stelt hiertoe dat zij in 2008 op enkele onvolkomenheden in de jaarrekeningen van 2006 en 2007 is gestuit. De gelden waarover de VvE daadwerkelijk beschikte, strookten niet met de bedragen op de balans. Naar aanleiding hiervan besloot de VvE een uitvoerig onderzoek te (laten) verrichten naar de handelwijze van Datadebt, hetgeen heeft geleid tot de ontdekking van een veelheid van onjuistheden als gevolg waarvan zij financieel is benadeeld.


Beoordeling door de rechtbank

 

De rechtbank overweegt dat artikel 6:89 BW van toepassing is op elke rechtsvordering en elk verweer dat is gegrond op een gebrek in de prestatie, dus niet alleen op een actie wegens een tekortkoming, maar ook op een actie uit onrechtmatige daad. 


De vraag die vervolgens aan de orde is of de VvE binnen bekwame tijd over het gebrek heeft geprotesteerd bij Datadebt. 


Artikel 6:89 BW bepaalt dat een schuldenaar op een gebrek in de prestatie geen beroep kan doen als hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken bij de schuldenaar heeft geprotesteerd. Deze bepaling strekt ertoe de schuldenaar die de prestatie heeft verricht te beschermen, omdat hij erop moet kunnen rekenen dat de schuldeiser met bekwame spoed onderzoekt of de prestatie aan de verbintenis beantwoordt en dat de schuldeiser, als dat niet het geval blijkt te zijn, dit eveneens voortvarend aan de schuldenaar meedeelt. Van de schuldenaar mag dus verwacht worden dat hij voortvarend te werk gaat bij het instellen van een onderzoek.


In deze zaak ziet de klacht van de VvE op de jaarrekeningen van 2006 en 2007. Volgens de VvE is zij in 2008 begonnen met een onderzoek naar de vermeende onjuistheden in de jaarrekeningen. Dat onderzoek was pas in 2011 afgerond.


De rechtbank is van oordeel dat een onderzoek van bijna drie jaar om onjuistheden in twee jaarrekeningen te ontdekken te lang is en dat de VvE dus niet voortvarend te werk is gegaan. Volgens vaste jurisprudentie mag een onderzoek naar een gebrek in een prestatie weliswaar langer duren als daarvoor een derde moet worden ingeschakeld, maar een termijn van bijna drie jaar is voor een onderzoek naar de administratie van een VvE als de onderhavige hoe dan ook te lang. 


Het had op de weg van de VvE gelegen in een (veel) eerder stadium contact op te nemen met Datadebt om opheldering te vragen toen zij stuitte op de vermeende onvolkomenheden en haar er in ieder geval van op de hoogte te stellen dat er een onderzoek gaande was en wat de te verwachte duur daarvan was. Dit heeft zij niet gedaan. Zoals Datadebt terecht betoogt, heeft de VvE nooit een concrete klacht bij haar ingediend voordat zij in mei 2011 rauwelijks derdenbeslag ten laste van Datadebt legde. Datadebt heeft daarvoor dus nooit de kans gehad zich te verweren.

 

Het betoog van de VvE dat het beroep van Datadebt op de klachtplicht niet kan slagen omdat Datadebt door de late klacht van de VvE niet is benadeeld, wordt evenmin gevolgd. De strekking van de klachtplicht is dat de schuldenaar beschermd wordt tegen late en daardoor moeilijk te betwisten klachten van de schuldeiser en in de gelegenheid moet worden gesteld om maatregelen te treffen om de tekortkoming ongedaan te maken als daarvan sprake is. 


Datadebt heeft de administratie van de VvE reeds in 2008 overgedragen aan Pro VvE Beheer en kan zich zoals zij terecht betoogt gelet op het tijdsverloop niet, althans moeilijker, verweren tegen de beweringen van de VvE omdat het geheugen na verloop van tijd minder wordt en e-mails en stukken moeilijker of niet meer te achterhalen zijn. 


Daarnaast zijn Datadebt door het tijdsverloop mogelijkheden ontnomen om eventuele tekortkomingen ongedaan te maken of schadebeperkende maatregelen te nemen, door bijvoorbeeld VvE-bijdragen of verzekeringsgelden alsnog te innen. 


Gelet op het voorgaande heeft de VvE niet binnen bekwame tijd geprotesteerd in de zin van artikel 6:89 BW. Het gevolg daarvan is dat de VvE alle rechten en bevoegdheden die aan haar op grond van de gestelde tekortkomingen ten dienste stonden heeft verloren. De vordering zal daarom worden afgewezen.

 

De hierboven weergegeven casus is een samenvatting, de volledige uitspraak is te vinden via de onderstaande link met rechtspraak.nl:  

 

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2012:BX2245

 

 

Home

 

Wilt u meer weten over het bovenstaande onderwerp, of heeft u andere vragen aan Schölvinck-Incasso? Dan kunt u mij bereiken via 020 – 622 4632, of gebruik het formulier hieronder om contact met mij op te nemen. U krijgt binnen 24 uur een reactie op uw e-mail.  

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.