Hobbyhandelaar in tweedehandsauto's koopt via Marktplaats.nl een tweedehands bestelbus

Eiser handelt als hobby in tweedehands auto’s


Op Martktplaats.nl is een Volkswagen Transporter bedrijfsauto te koop aangeboden.  Eiser heeft een afspraak gemaakt met deze verkoper om elkaar op het parkeerterrein van Ikea in Utrecht te ontmoeten.  Eiser besluit de auto te kopen en heeft van de verkoper naast de auto kentekenbewijzen ontvangen. Daarop wordt, naast het hiervoor genoemde kenteken, een identificatienummer vermeld, een chassisnummer, alsmede de datum van eerste afgifte. Eiser heeft de auto op zijn naam laten registreren bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW).

 

Eiser heeft vervolgens de auto ter verzekering aangeboden via zijn tussenpersoon. Daarop is tussen eiser en ASR een verzekeringsovereenkomst tot stand gekomen. Voorafgaande aan de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst is de auto door een medewerker van de tussenpersoon geïnspecteerd en zijn de door eiser gekregen en aan de tussenpersoon getoonde kentekenbewijzen gezien. Twee weken later is de auto vanaf de oprijlaan bij de woning van eiser ontvreemd. Op de oprijlaan zijn geen braaksporen aangetroffen. De autosleutels en de kentekenbewijzen lagen in de woning en zijn niet ontvreemd. Eiser heeft van deze ontvreemding aangifte gedaan bij de politie. Hij heeft ook melding gedaan bij ASR.


In opdracht van ASR heeft CED Forensic te Capelle aan den IJssel onderzoek gedaan naar deze melding. Naar aanleiding van het rapport van CED heeft ASR heeft bij brief aan eiser meegedeeld dat zij de schade niet verder in behandeling zal nemen. Eiser vordert voor de kantonrechter dat ASR wordt veroordeeld tot betaling van € 23.643,49.


Beoordeling door de rechtbank

 

ASR voert aan dat de auto die eiser ter verzekering heeft aangeboden niet de auto is die zij heeft verzekerd. Immers, uit het onderzoek van CED blijkt dat de auto die zij heeft verzekerd heeft niet van eiser is, maar van [A] is. 


ASR voert aan dat de auto in eigendom van [A] was en niet van eiser, zodat die auto niet gestolen is. Daardoor valt de auto van eiser niet onder de dekking. Eiser kan dan volgens ASR ook geen aanspraak maken op een uitkering uit hoofde van deze verzekeringsovereenkomst.


Volgens de kantonrechter kan dit verweer niet slagen. ASR heeft niet bestreden dat eiser de auto heeft gekocht en dat hij de auto feitelijk ter verzekering aan ASR heeft aangeboden via de tussenpersoon. ASR heeft erkend dat de verzekeringsovereenkomst daadwerkelijk is afgesloten. Daarmee heeft eiser dus een geïndividualiseerde auto bij ASR verzekerd. Dat - achteraf - is gebleken dat deze auto niet de auto was waarvan eiser en ASR dachten welke hij was, kan niet afdoen, omdat moet worden bezien welk object ter verzekering is aangeboden en aangenomen. Dat was deze auto. 


Verder staat vast dat de auto vanaf het erf van eiser is gestolen. Aldus is er sprake van een in de polis gedekt evenement, namelijk de diefstal van een auto, die voldoende geïdentificeerd is verzekerd en vervolgens is gestolen. Dit zou anders zijn, indien eiser de auto bij ASR had verzekerd, terwijl hij wist dat de auto van misdrijf afkomstig was.
ASR stelt verder tevens dat eiser niet te goeder trouw was. Volgens de kantonrechter moet op grond van dit verweer worden onderzocht of eiser ten tijde van de transactie te goeder trouw was. 


Uitgangspunt bij deze beoordeling is het feit dat goede trouw van een persoon niet alleen ontbreekt indien hij de feiten of het recht waarop zijn goede trouw betrekking moet hebben, kende, maar ook indien hij die feiten of dat recht in de gegeven omstandigheden behoorde te kennen. Vastgesteld moet worden dat eiser de feiten (de auto is gestolen, de kentekenbewijzen zijn vervalst, verkoper was beschikkingsonbevoegd) niet kende. Bezien moet worden of hij die feiten had behoren te kennen. De kantonrechter oordeelt dat daarvan in dit geval geen sprake is. Daartoe overweegt hij het volgende. Uit de stukken blijkt dat eiser na de diefstal met de kentekenbewijzen naar de politie is gegaan. Daar is de vervalsing van de kentekenbewijzen niet opgemerkt.

 

Uit het rapport van CED Forensic blijkt dat de vervalsing eerst na grondig onderzoek door de onderzoeker is vastgesteld. Daarbij is van belang dat het wel originele, van de RDW afkomstige, documenten waren. Kennelijk ging het om een professionele vervalsing. Onder die omstandigheden kan niet van eiser, ook al is hij hobbyhandelaar, aan wie een grotere kennis mag worden toegedicht op dit punt dan aan een gewone consument, worden verwacht dat hij deze vervalsing had behoren te herkennen. Eiser heeft gesteld dat hij de gegevens op de kentekenbewijzen heeft vergeleken met die in en op de auto. Deze gegevens, de kentekenplaten en het chassisnummer, bleken met elkaar overeen te stemmen. Voorts heeft hij van de genoemde verkoper een factuur gekregen, waarop diezelfde gegevens ook en correct stonden vermeld. Eiser heeft, alvorens de afspraak met genoemde verkoper te maken telefonisch contact gehad, waarbij de telefoon is opgenomen door een persoon die zich verkoper noemde. Zo heeft deze man zich ook voorgesteld en de factuur stond op naam van diens bedrijf met daarin de naam verkoper, zoals hiervoor is weergegeven. eiser heeft die verkoper niet om een identiteitspapier gevraagd, omdat naar zijn indruk alle gegevens wel klopten. Hij vertrouwde op de juistheid van de presentatie van die verkoper. Volgens de kantonrechter kon eiser er vanuit gaan dat de man die zich uitgaf voor verkoper, dat ook daadwerkelijk was. Er was geen reden om aan te nemen dat de man zich voor iemand anders uitgaf. Datzelfde gold voor de identiteit van de auto: de papieren en de nummers van de auto kwamen overeen. Er was geen reden aan te nemen dat de papieren vals waren.

 

De kantonrechter oordeelt dat van eiser niet verlangd behoefde te worden dat hij naar de identiteit van de persoon met de naam verkoper als naar de identiteit van de auto nader onderzoek had moeten doen.Ook achteraf gezien is deze conclusie aannemelijk, omdat de politie de vervalsing van de papieren niet heeft opgemerkt en omdat CED Forensic dat eerst na onderzoek heeft vastgesteld. De zojuist getrokken conclusie wordt niet anders, omdat eiser met de zich verkoper noemde persoon had afgesproken op een parkeerplaats in Utrecht en niet bij die man thuis of op diens bedrijf. Eiser heeft daarvoor een plausibele verklaring gegeven, namelijk zo behoefde hij minder ver te rijden vanuit zijn woonplaats. Die conclusie wordt evenmin anders om de reden dat eiser een groot bedrag, de koopsom, contant aan die verkoper heeft betaald. Eiser heeft gemotiveerd gesteld dat transacties als deze in de autohandel contant plegen te worden gedaan.  

 

ASR heeft nog aangevoerd dat op websites, zoals marktplaats.nl, wordt gewaarschuwd voor het kopen van gestolen auto’s en dat daar tips worden gegeven om zichzelf daartegen te behoeden. Zij heeft prints van dergelijke waarschuwingen overgelegd. Uit de stukken kan echter niet worden vastgesteld dat deze waarschuwingen en tips ook tijdens de aankoop op die websites zichtbaar waren. Dit verweer kan ASR niet baten. Op grond van het voorgaande oordeelt de kantonrechter dat eiser te goeder trouw was toen hij de auto van verkoper kocht. Dat achteraf gezien het om een (waarschijnlijk) gestolen auto ging, kan aan eiser niet worden tegengeworpen door ASR. Hieruit vloeit voort dat de auto wel degelijk als rechtsgeldig aan eiser geleverd moet worden beschouwd, hij de koopsom ervoor heeft betaald en de auto in het vermogen van eiser is gekomen, zodat eiser ook verzekerd belang had bij de verzekeringsovereenkomst.  

 

Meer subsidiair voert ASR aan dat de schade aan de auto niet kan worden vastgesteld, voornamelijk omdat niet kan worden vastgesteld wat de leeftijd van de auto was ten tijde van de aankoop en ten tijde van de diefstal. Ook kan het aantal gereden kilometers niet worden vastgesteld.

 

Ook dit verweer kan ASR niet baten. Daartoe wordt overwogen dat op grond van de wijze waarop de verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen er vanuit moet worden gegaan dat de gegevens die eiser via de tussenpersoon aan ASR heeft versterkt juist waren. Dat betekent dat de schade-uitkering moet worden bepaald op basis van de bekende leeftijd van de auto, het aantal gereden kilometers en de koopsom die eiser heeft betaald.  

 

ASR heeft nog aangevoerd dat ook het gevorderde bedrag geen schade voor eiser is, omdat de auto een gestolen auto is en in het maatschappelijk verkeer geen waarde heeft. Indien die redenering zou worden gevolgd, zou eiser alsnog moeten ‘boeten’ voor het feit dat hij achteraf een mogelijk gestolen auto heeft gekocht, waarvoor hij een aanzienlijke, maar realistische koopsom heeft betaald, terwijl hij wel te goeder trouw was.

 

Een dergelijke uitkomst is niet aanvaardbaar. Ook dit verweer faalt. Dit alles leidt tot het eindoordeel dat de vordering van eiser, na enige correctie, moet worden toegewezen 

 

De hierboven weergegeven casus is een samenvatting, de volledige uitspraak is te vinden via de onderstaande link met rechtspraak.nl:  

 

 

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3538

 

 

 

Home


Wilt u meer weten over het bovenstaande onderwerp, of heeft u andere vragen aan Schölvinck-Incasso? Dan kunt u mij bereiken via 020 – 622 4632, of gebruik het formulier hieronder om contact met mij op te nemen. U krijgt binnen 24 uur een reactie op uw e-mail.

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.