Kostenveroordeling wegens nodeloos procederen

 

Partijen zijn op 1 juni 1990 met elkaar gehuwd, welk huwelijk op 20 augustus 2012 is ontbonden.

 

Uit dit huwelijk is geboren de destijds [minderjarige 1], alsmede de minderjarige [minderjarige 2].

 

Bij beschikking van 9 augustus 2012 is bepaald dat [minderjarige 1] haar hoofdverblijfplaats bij de man zal hebben, en [minderjarige 2] zijn hoofdverblijfplaats bij de vrouw zal hebben.

 

Voorts is daarbij bepaald dat de man aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 2] (hierna ook: kinderbijdrage) van [euro] 320,-- per maand zal voldoen.

 

Verzoek

 

De vrouw heeft verzocht de beschikking van 9 augustus 2012 te wijzigen in die zin, dat de man aan haar een kinderbijdrage van [euro] 349,-- per maand per kind dient te betalen met ingang van 1 september 2012.

 

Beoordeling

 

Nadat de zaak was geschorst voor overleg, hebben partijen ter zitting meegedeeld dat zij overeenstemming hebben bereikt in die zin dat de door de man verschuldigde kinderbijdrage kan worden verrekend met de helft van de hypotheekrente van de voormalige echtelijke woning, welke de vrouw voor haar rekening zou nemen.

 

Met inachtneming van het vorenstaande is tussen partijen nog in geschil de kinderbijdrage ten behoeve van [minderjarige 1] over de periode van 6 januari 2013 tot 1 april 2013.

 

De vrouw stelt dienaangaande dat de man de kinderbijdrage aan haar verschuldigd is, omdat zij [minderjarige 1] in die periode heeft onderhouden.

 

De man heeft dit standpunt van de vrouw betwist onder aanvoering van het volgende. Hij heeft vanaf januari 2013, dus toen [minderjarige 1] 18 was geworden, de ten behoeve van [minderjarige 1] verschuldigde kinderbijdrage rechtstreeks aan [minderjarige 1] voldaan.

 

Hij heeft echter niet vanaf het begin steeds [euro] 80,-- per week voldaan. Dit had te maken met het feit dat de vrouw in Marokko verbleef en dat hij weer de echtelijke woning had betrokken en toen ook de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] voor zijn rekening heeft genomen.

 

Uit het verhoor van [minderjarige 1] door de kinderrechter is verder naar voren gekomen dat [minderjarige 1] na een ruzie met haar moeder in oktober 2012 al weer bij haar moeder is vertrokken en dat zij in de periode daarna voor zichzelf heeft moeten zorgen.

 

Voorop staat dat vanaf het moment dat een kind 18 jaar wordt de kinderbijdrage rechtstreeks aan de jongmeerderjarige dient te worden betaald. Los daarvan is de rechtbank van oordeel dat de man de kinderbijdrage aan [minderjarige 1] heeft voldaan. Het (resterende) verzoek van de vrouw wordt derhalve afgewezen.

 

Proceskosten

 

De man heeft verzocht om een kostenveroordeling, nu de vrouw de procedure nodeloos heeft gevoerd. De rechtbank ziet hiertoe aanleiding en wel om de hiernavolgende redenen.

 

De vrouw heeft in het inleidende verzoekschrift verzocht om een kinderbijdrage van [euro] 349,--per kind per maand met ingang van 1 september 2012.

 

Pas ter zitting is door de advocaat van de vrouw naar voren gebracht dat het verzoek alleen zag op [minderjarige 1] en dat het gold voor de periode van 1 september 2012 tot 1 april 2013.

 

[minderjarige 1] heeft tijdens het kinderverhoor echter verklaard dat zij ten tijde van de indiening van het verzoekschrift, te weten op 27 december 2012, al niet meer bij haar moeder woonde.

 

Voorts is [minderjarige 1] jongmeerderjarig geworden; dat is nog geen 2 weken na indiening van het verzoek. De vrouw had derhalve - nog los van een discussie over de feitelijke verblijfplaats van [minderjarige 1] - kunnen en moeten weten dat het verzoek hooguit zag op de periode tot [datum].

 

Voor de periode tot [datum] geldt het volgende. Ter zitting heeft de advocaat van de vrouw namens de vrouw een voorstel gedaan om ten aanzien van de periode tot [datum] de verschuldigde alimentatie te verrekenen met de door de vrouw niet-betaalde helft van de kosten van de echtelijke woning waartoe de vrouw is gehouden.

 

De advocaat van de man heeft hierop verbaasd gereageerd door te stellen dat zij al veel eerder een identiek voorstel aan de advocaat van de vrouw heeft gedaan. De advocaat van de vrouw heeft dit eerst ontkend. Zij heeft vervolgens haar eigen dossier geraadpleegd, waarin zich inderdaad het schriftelijk voorstel bleek te bevinden.

 

De advocaat van de vrouw verontschuldigde zich en stelde dat ze het voorstel kennelijk over het hoofd had gezien. Vervolgens hebben partijen op basis van ditzelfde voorstel “op de gang” alsnog overeenstemming bereikt over de periode tot [datum].

 

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de door de vrouw gevoerde procedure nodeloos is gevoerd. De nodeloze kosten van de man zullen daarom voor haar rekening dienen te komen. De rechtbank kan zich, gezien het feitenverloop en de rol die de advocaat daarin heeft gespeeld, voorstellen dat de advocaat van de vrouw deze kosten voor haar rekening neemt.

 

Beslissing

 

De rechtbank:

 

Verstaat dat partijen zijn overeengekomen dat de door de man verschuldigde kinderbijdrage kan worden verrekend met de helft van de hypotheekrente van de voormalige echtelijke woning, welke de vrouw voor haar rekening zou nemen.

 

Wijst af het verzoek van de vrouw voor zover dit betrekking heeft op de periode van [datum] tot 1 april 2013.

 

Veroordeelt de vrouw in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van de man begroot op [euro] 274,-- aan verschotten en op [euro] 904,-- aan salaris advocaat.

 

De hierboven weergegeven casus is een samenvatting, de volledige uitspraak is te vinden via de onderstaande link met rechtspraak.nl:  

  

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNHO:2014:115

 

Home

  

Wilt u meer weten over het bovenstaande onderwerp, of heeft u andere vragen aan Schölvinck-Incasso? Dan kunt u mij bereiken via 020 – 622 4632, of gebruik het formulier hieronder om contact met mij op te nemen. U krijgt binnen 24 uur een reactie op uw e-mail.

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.