Afwijzing vordering werkgever tot terugbetaling door werknemer gemaakte studiekosten.

 

Arie is op 15 juli 2013 in dienst getreden van de garage in de functie van monteur op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van 12 maanden.

 

Arie heeft na indiensttreding eerst een vooropleiding gevolgd die nodig was voor het volgen van de opleiding tot APK keurmeester. Dit betrof een 7-daagse cursus. Arie heeft op 16 december 2013 hiervoor het (her)examen gehaald.

 

In april 2014 heeft hij de opleiding tot APK keurmeester gevolgd. Het eerste examen op 2 mei 2014 heeft hij niet gehaald. Het herexamen op 6 juni 2014 heeft hij evenmin gehaald.

 

De garage heeft Arie meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd.

 

De garage heeft een deel van de studiekosten verrekend met het loon van Arie.

 

Arie heeft onder meer bij brief van 30 juni 2014 bezwaar gemaakt tegen de terugvordering van de gemaakte studiekosten.

 

Aangezien partijen het niet eens konden worden, besloot Arie de garage te dagvaarden om zo het niet ontvangen deel van het salaris te vorderen.

 

Beoordeling door de kantonrechter

 

Het geding in conventie spitst zich toe op de vraag of de garage op terechte gronden € 732,40 netto op het loon van Arie over de maand juni 2014 heeft ingehouden door dit bedrag te verrekenen met de vordering tot terugbetaling van de studiekosten.

 

Naar het oordeel van de kantonrechter verzetten de eisen van goed werkgeverschap zich hiertegen. Daarbij wordt onder meer in aanmerking genomen dat de werkgever de werknemer bij indiensttreding de verplichting heeft opgelegd om de opleiding te volgen. In een dergelijk geval past meer terughoudendheid voor het aannemen van een terugbetalingsregeling dan wanneer het een opleiding betreft die de werknemer op eigen verzoek heeft gevolgd.

 

De werkgever heeft de werknemer er bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst en de studiekostenovereenkomst niet schriftelijk op gewezen dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet zou worden verlengd als hij het examen van de opleiding niet binnen de looptijd van de arbeidsovereenkomst zou halen en dat hij in dat geval dus niet in de gelegenheid zou zijn om 48 maanden bij de werkgever te werken om op die manier, zoals voorzien in de studiekostenovereenkomst, de kosten “terug te verdienen”.

 

Ook is de werknemer niet schriftelijk meegedeeld hoe hoog de studiekosten zouden zijn, terwijl deze kosten in verhouding tot zijn salaris aanzienlijk zijn, te weten bijna twee netto maandsalarissen.

 

Niet is gebleken dat de werkgever de werknemer er bij indiensttreding op heeft gewezen dat het halen van het examen geen gemakkelijke opgave zou zijn, terwijl in de rede ligt dat dit de werkgever bekend was. De arbeidsovereenkomst is op initiatief van de werkgever niet verlengd, waardoor de werknemer niet in de gelegenheid is gesteld het examen alsnog op kosten van de werkgever te halen. Niet is gesteld dat de werknemer niet genoeg zijn best heeft gedaan om het examen te halen.

 

De vordering van Arie wordt toegewezen. 

 

 

De hierboven weergegeven casus is een samenvatting en de naam Arie is in verband met de leesbaarheid van het artikel gefingeerd. De volledige uitspraak is te vinden via de onderstaande link met rechtspraak.nl:  


http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:5474

 

Home

 

Wilt u meer weten over het bovenstaande onderwerp, of heeft u andere vragen aan Schölvinck-Incasso? Dan kunt u mij bereiken via 020 – 622 4632, of gebruik het formulier hieronder om contact met mij op te nemen. U krijgt binnen 24 uur een reactie op uw e-mail.

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.