Registeraccountant veroordeeld tot 200 uur werkstraf

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

De rechtbank heeft een registeraccountant veroordeeld tot 200 uur werkstraf en 3 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank acht bewezen dat verdachte heeft leiding gegeven aan het opzettelijk doen van onjuiste loonbelastingaangifte en het niet meewerken met de Belastingdienst, met als doel dat er te weinig belasting zou worden geheven en dat hij valsheid in geschrift heeft gepleegd. De rechtbank neemt verdachte het plegen van deze misdrijven in het bijzonder kwalijk, omdat hij als registeraccountant beter zou moeten weten en een voorbeeldfunctie heeft. 

Oordeel van de rechtbank


Verdachte heeft zich aan het opzettelijk doen van onjuiste loonbelastingaangifte schuldig gemaakt, terwijl dit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven. Met datzelfde doel heeft verdachte opzettelijk geen medewerking verleend aan de Belastingdienst, toen deze naar aanleiding van die aangiftes een boekenonderzoek wilde doen. Bij het onderzoek dat uiteindelijk heeft plaatsgevonden, stuitte de Belastingdienst op verschillende facturen die op dezelfde geleverde diensten betrekking hadden. Het betreft hier facturen met vermelding van btw en facturen zonder vermelding van btw. Al deze facturen heeft verdachte opgemaakt. Aangezien zij niet naast elkaar kunnen bestaan en uit onderzoek is gebleken dat de facturen met btw niet vals zijn, heeft verdachte de facturen btw valselijk opgemaakt.


Verdachte heeft verklaard de desbetreffende loonbelastingaangiftes te hebben gedaan, maar gezegd dat hij ze door middel van door hem ingediende zogeheten suppletieaangiftes heeft willen corrigeren. Niet aannemelijk is echter geworden dat verdachte (eigener beweging) suppleties heeft ingediend. Hieruit volgt dat de aangiftes opzettelijk onjuist zijn gedaan en dat verdachtes handelen ertoe strekte dat te weinig belasting zou worden geheven. De rechtbank is in haar oordeel dat verdachte opzettelijk onjuiste aangifte heeft gedaan, gesterkt door zijn onwillige houding ten opzichte van de Belastingdienst, toen deze een boekenonderzoek wilde instellen, en door de valse facturen die bij verdachte zijn aangetroffen.

Verdachte heeft verklaard dat hij heeft onderschat dat zijn non-coöperatieve opstelling jegens de Belastingdienst werd gezien als het opzettelijk niet willen meewerken aan een boekenonderzoek en wat mede het gevolg van privéproblemen was. Hoewel de rechtbank niets aan de ernst van de persoonlijke problemen van verdachte wil afdoen, blijkt uit de stukken dat hij eigenlijk alleen initiatief toonde, als het ging om afzeggen van afspraken. Daarbij heeft hij ook niet geschuwd de Belastingdienst voor te liegen of de zaken anders voor te spiegelen dan zij in werkelijkheid waren. Zo heeft verdachte een afspraak niet laten doorgaan, omdat hij in het buitenland zou verblijven, terwijl uit zijn agenda blijkt dat hij in die periode gewoon heeft gewerkt. De Belastingdienst heeft later een nieuwe afspraak gemaakt. Verdachte toen laten weten laten weten dat in verband met zijn verblijf in het ziekenhuis de afspraak niet kon doorgaan. Uit het dossier blijkt dat bij verdachte een aantal pennen uit zijn arm zijn verwijderd die daar waren geplaatst in verband met een armbreuk. Het moet er dus voor worden gehouden dat het een geplande operatie betrof waarover verdachte de Belastingdienst al veel eerder had kunnen informeren. Uit een brief van het ziekenhuis blijkt bovendien dat de verdachte nog de dag van de operatie het ziekenhuis in goede conditie kon verlaten.


Verdachte is dan opzettelijk bezig geweest het onderzoek van de Belastingdienst zo lang mogelijk uit te stellen en heeft aldus geen medewerking verleend. 


Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het niet verlenen van medewerking ertoe strekte dat te weinig belasting wordt geheven. Het niet verlenen van medewerking was naar zijn aard en in het algemeen geschikt om teweeg te brengen dat onvoldoende belasting wordt geheven. Pas na onderzoek in de in beslag genomen administratie bleek dat onjuiste aangiften loonbelasting waren gedaan en dat te weinig btw was afgedragen.

Aannemelijk is dat het niet meewerken aan het onderzoek verband houdt met het feit dat onregelmatigheden in de administratie van verdachte bestonden.


Bewezenverklaring


De rechtbank acht bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan in die zin dat:


1. verdachte opzettelijk bij de Belastingwet voorziene aangiften onjuist heeft gedaan, immers heeft verdachte telkens opzettelijk op de ingeleverde aangiftebiljetten loonbelasting en premie volksverzekeringen over genoemde maanden geen verschuldigde loonbelasting en premievolksverzekering opgegeven, terwijl in werkelijkheid loonbelasting en premie volksverzekering verschuldigd was, terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven;

2. hij geschriften valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte telkens in strijd met de waarheid die facturen zonder vermelding van btw opgemaakt, terwijl in werkelijkheid wel btw verschuldigd was, telkens met het oogmerk die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

3. verdachte opzettelijk geen medewerking heeft verleend, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven


Bewijs


De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.


Strafbaarheid van de feiten


De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.


Strafbaarheid van de verdachte


Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.


Motivering van de straffen

De eis van de officier van justitie


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.


De officier van justitie heeft haar eis – zakelijk weergegeven – als volgt onderbouwd:

Verdachte heeft een belastingcontrole gefrustreerd en onjuiste aangifte loonbelasting gedaan met een belastingnadeel van afgerond € 68.000 als gevolg. Dit is een aanmerkelijk bedrag waarmee de Staat en de hele samenleving benadeeld zijn. Voorts heeft verdachte valsheid in geschrift gepleegd. Deze gedragingen kunnen vooral verdachte ernstig worden aangerekend en wel om twee redenen. Verdachte is registeraccountant en vervult daarmee een voorbeeldfunctie. Hij heeft aldus een positie waaraan anderen, waaronder bijvoorbeeld de Belastingdienst, het vertrouwen ontlenen dat alles wel op orde zal zijn. Die voorbeeldfunctie heeft verdachte niet vervuld. Hij heeft voorts het vertrouwen in de beroepsgroep geschaad. De tweede reden is dat de valsheid in geschrift zoals door verdachte gepleegd, listig c.q. geraffineerd is, helemaal in combinatie met de geantedateerde suppleties en het presenteren aan de rechter-commissaris en het Openbaar Ministerie van de achteraf herziene administratie als de juiste administratie. 


Het strafmaatverweer van de verdediging


De raadsman heeft verzocht bij een bewezenverklaring de straf te matigen op grond van het evenredigheidsbeginsel. Verdachte is al gestraft. Hij is uitgeschreven uit de Kamer van Koophandel en probeert zich nu te richten op andere werkzaamheden. Hij is zich aan het oriënteren op de arbeidsmarkt en op zoek naar een baan als docent en/of interim-manager om in zijn levensonderhoud te voorzien. Hij verricht onbetaalde activiteiten en is verder bezig met het afwikkelen van de zaken van zijn bedrijf. Hij heeft dus weinig inkomsten en teert op de incasso van openstaande debiteuren. Als het zo doorgaat, stevent hij op een faillissement af. Dan zal niet alleen hij, maar ook zijn gezin de dupe zijn, aangezien hij ruim € 1100 alimentatie per maand moet betalen, aldus de raadsman.


Uitspraak van de rechtbank


De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van de straffen en bij de modaliteit daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft leiding gegeven aan het opzettelijk doen van onjuiste loonbelastingaangifte. Als de Belastingdienst niet zou hebben ingegrepen, zou de fiscus en daarmee de hele samenleving, voor meer dan € 50.000 zijn benadeeld. Verdachte heeft dan ook uit eigen winstbejag gehandeld. Toen de Belastingdienst een (boeken)onderzoek wilde doen, heeft hij geen medewerking verleend. Integendeel, er was hem kennelijk veel aan gelegen dat het onderzoek geen doorgang zou vinden. Hij heeft daarbij gelogen en de ambtenaar van de Belastingdienst aan het lijntje gehouden. Uiteindelijk is gebleken dat verdachte zich ook heeft schuldig aan valsheid in geschrift door valse facturen te maken. De rechtbank neemt verdachte het plegen van deze misdrijven in het bijzonder kwalijk, omdat hij als registeraccountant beter zou moeten weten en een voorbeeldfunctie heeft. Door op deze manier te handelen, heeft verdachte het blazoen van zijn beroepsgroep bevlekt.


De rechtbank zal verdachte daarom een werkstraf opleggen, zodat hij iets kan terugdoen voor de samenleving die hij heeft willen benadelen. De rechtbank zal niet zover gaan verdachte ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Verdachte is nog niet eerder veroordeeld en het bewezen verklaarde heeft al weer enige jaren geleden plaatsgevonden. Wel zal hij worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf, enerzijds om zo ook de ernst van het bewezen verklaarde te onderstrepen, anderzijds om verdachte ervan te weerhouden zich op nieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit. Verdachte heeft immers te kennen heeft gegeven veel waarde te hechten aan zijn registratie als registeraccountant en zal op enig moment weer een inkomen willen genereren, zodat niet uitgesloten is dat hij opnieuw in de verleiding zal komen het niet zo nauw te nemen met de wet.

Beslissing


Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

1. Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

2. Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

3. Opzettelijk een feit begaan, omschreven in artikel 68, tweede lid, onderdeel f van de Wet inzake de rijksbelastingen (oud), terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden.

Beveelt dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast. 

Stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast.


De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf van 200 uren, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen. 


De hierboven weergegeven casus is een samenvatting, de volledige uitspraak is te vinden via de onderstaande link met rechtspraak.nl:  


 

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2011:BV0368

 

 

Home


Wilt u meer weten over het bovenstaande onderwerp, of heeft u andere vragen aan Schölvinck-Incasso? Dan kunt u mij bereiken via 020 – 622 4632, of gebruik het formulier hieronder om contact met mij op te nemen. U krijgt binnen 24 uur een reactie op uw e-mail.

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.