Overeenkomst van werving en selectie tandarts.

 

Debbie verricht de werving en selectie van tandartsen en brengt tandartsen in contact met opdrachtgevers met als doel een arbeidsverhouding tot stand te brengen.

 

In november 2011 heeft Debbie aan Samuel de heer C voorgesteld als kandidaat tandarts. Op 16 november 2011 heeft de kandidaat tandarts kennisgemaakt met Samuel. Op 1 februari 2012 is de kandidaat tandarts in dienst getreden bij Samuel.

 

Debbie heeft vervolgens drie facturen naar Samuel gezonden, ieder voor een bedrag van € 2.000,--.

 

Samuel heeft deze facturen niet betaald. Debbie liet het hier niet bij zitten en besloot Samuel te dagvaarden voor het kantongerecht.

 

Debbie legt aan haar vordering ten grondslag dat Samuel de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht niet is nagekomen. Debbie stelt dat zij Samuel een offerte heeft toegezonden, waarin zij een vergoeding van € 6.000,-- heeft voorgesteld, te voldoen in drie termijnen van € 2.000,--, waarbij de eerste termijn wordt gefactureerd op de eerste werkdag, de tweede termijn een maand na de eerste werkdag en de derde termijn twee maanden na de eerste werkdag. Dit voorstel is mondeling namens Samuel geaccordeerd.

 

Zitting

 

Ter zitting heeft Samuel aangegeven dat zij primair als verweer wenst te voeren dat de kandidaat tandarts zijn werk als tandarts niet goed heeft uitgevoerd en dat Debbie daarom tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen geldende overeenkomst. Voor zover dit verweer al zou kunnen slagen, gelet op de zeer summiere onderbouwing ter zitting, dan is de kantonrechter van oordeel dat Samuel geen beroep op dit gebrek in de prestatie meer kan doen, nu zij niet binnen bekwame tijd nadat de wanprestatie zich voordeed bij Debbie heeft geprotesteerd. Nu Samuel voor het eerst ter zitting heeft geklaagd, terwijl de kandidaat tandarts volgens Samuel reeds vanaf het begin van zijn dienstverband slecht heeft gefunctioneerd, heeft Samuel niet aan haar plicht tot tijdig klagen voldaan. Dit verweer van Samuel kan dan ook geen stand houden.

 

Verder heeft Samuel aangevoerd dat partijen niet een vergoeding van € 6.000,--, maar van € 2.000,-- zijn overeengekomen. Samuel heeft haar verweer echter niet onderbouwd, bijvoorbeeld door het overleggen van stukken of verklaringen. Dit had wel op de weg van Samuel gelegen, gelet op de stukken die reeds bij dagvaarding door Debbie zijn overgelegd. Debbie heeft ondermeer de offerte, de overeenkomst van opdracht en de verzonden facturen overgelegd, waarin steeds een bedrag van € 6.000,-- is opgenomen.

 

Offerte

 

Samuel heeft aangevoerd dat zij de offerte en de overeenkomst van opdracht nooit eerder heeft gezien. Wel heeft Samuel bevestigd dat er gesprekken hebben plaatsgevonden. Van de zijde van Samuel wordt enkel gesteld, zonder enige onderbouwing, dat de inhoud van de gesprekken anders was dan Debbie stelt, terwijl de inhoud van deze gesprekken door Debbie steeds per e-mail is bevestigd. Deze e-mails zijn verzonden naar het e-mailadres info@Samuel.nl, waarvan Samuel ter zitting niet heeft weersproken dat dit haar e-mailadres betreft. Samuel heeft ter zitting verklaard dat zij na ontvangst van de factuur telefonisch aan Debbie heeft laten weten dat het bedrag van € 6.000,-- onjuist zou zijn. Dit is echter door Debbie betwist. Daarna heeft nog  gesprek plaatsgevonden en heeft Debbie opnieuw facturen toegezonden.

 

Eerst nadat Debbie een incassogemachtigde had ingeschakeld, heeft Samuel aan de incassogemachtigde van Debbie bericht dat partijen een bedrag van € 2.000,-- waren overeengekomen. Tegenover de reeks van door Debbie overgelegde stukken waaruit blijkt dat een bedrag van € 6.000,-- is overeengekomen, is van de zijde van Samuel niets gesteld, met uitzondering van de enkele niet onderbouwde stelling dat partijen een ander bedrag zijn overeengekomen. In het licht van hetgeen door Debbie in deze procedure is aangevoerd, heeft Samuel de stellingen van Debbie naar het oordeel van de kantonrechter dan ook onvoldoende gemotiveerd betwist.

 

Nu de verweren van Samuel niet kunnen slagen, wordt de vordering als onvoldoende gemotiveerd betwist toegewezen.

 

De hierboven weergegeven casus is een samenvatting, de volledige uitspraak is te vinden via de onderstaande link met rechtspraak.nl:  

 

 

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBZWB:2013:6712

 

  

Home

 

Wilt u meer weten over het bovenstaande onderwerp, of heeft u andere vragen aan Schölvinck-Incasso? Dan kunt u mij bereiken via 020 – 622 4632, of gebruik het formulier hieronder om contact met mij op te nemen. U krijgt binnen 24 uur een reactie op uw e-mail.

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.