Onrechtmatige publicatie - voorzieningenrechter


Pretium vordert verwijdering en rectificatie van in een oproep en vijf uit die oproep voortvloeiende artikelen op de website van en in de krant Twentsche courant Tubantia, gepubliceerd door Wegener, op straffe van een dwangsom. De voorzieningenrechter gebiedt verwijdering van de oproep en wijst de overige vorderingen af.


Pretium is een Nederlands telecommunicatiebedrijf dat sinds 1996 actief is als aanbieder van vaste telecommunicatiediensten in Nederland. Zij biedt haar diensten aan door middel van telemarketing.

 

Wegener is uitgever van het dagblad De Twentsche Courant Tubantia. Deze krant behoort tot de middelgrote dagbladen van Nederland. De krant verschijnt ook online op www.tubantia.nl.

 

Wegener heeft op 13 juli 2013 op haar website, met daarbij een afbeelding van de homepage van Pretium, en op 19 juli 2013 in het dagblad, het volgende artikel gepubliceerd:

 

“Oproep: wat zijn uw ervaringen met Pretium?


ENSCHEDE- Deze krant ontvangt signalen van lezers dat telecomfirma Pretium een offensief is begonnen in Twente om KPN-abonnees over te halen een Pretium-abonnement te nemen.


Volgens de lezers hebben vooral de oudere abonnees niet in de gaten dat ze een ander abonnement afsluiten. Ze willen niet switchen, maar krijgen toch een brief thuis waarin ze worden gefeliciteerd met hun nieuwe abonnement. Waar ze vervolgens naar eigen zeggen moeilijk van af komen. Deze krant wil hier met hulp van zoveel mogelijk lezers onderzoek naar doen.

Daarom de oproep om uw ervaringen met provider Pretium te mailen.

 

Pretium heeft Wegener gevraagd voornoemde publicatie op de website te verwijderen en de oproep in de krant niet meer te herhalen. In reactie daarop heeft Wegener de afbeelding van de homepage van Pretium verwijderd.

 

Pretium heeft, voordat de behandeling van onderhavig kort geding zou plaatsvinden, Wegener al eerder gedagvaard in kort geding, onder meer om te voorkomen dat Wegener het artikel “Werving telefoonabonnees valt verkeerd” zou gaan publiceren.

 

De voorzieningenrechter heeft in die zaak het door Pretium gevorderde verbod tot publicatie van het artikel: “Werving telefoonabonnees valt verkeerd”, alsmede het door Pretium gevorderde gebod om alle vermeende signalen en klachten te overhandigen voorzien van NAWT-gegevens, afgewezen.

 

Wegener heeft in De Twentsche Courant Tubantia een vijftal artikelen geplaatst met de titels: “Met wie? Werving Pretium valt verkeerd”, “Ik heb niets getekend”, “Verkoopprocedure veranderen”, “Bron blijft geheim” en “Rechter abonnee”.

 

Pretium vordert verwijdering door Wegener van de publicaties met de titels “Oproep: wat zijn uw ervaringen met Pretium?”, “Met wie? Werving Pretium valt verkeerd”, “Ik heb niets getekend”, “Verkoopprocedure veranderen”, “Bron blijft geheim” en “Rechter abonnee”. Daarnaast vordert Pretium rectificatie van die artikelen.

 

Beoordeling door de voorzieningenrechter

 

De voorzieningenrechter stelt voorop dat in de samenleving aan de persvrijheid (als vorm van meningsuiting) een bijzondere waarde moet worden toegekend. De pers moet als ‘publieke waakhond’ kunnen optreden en vrijelijk commentaar kunnen geven over onderwerpen van algemeen belang. Het is een groot goed dat niet snel aan banden wordt gelegd.

 

De (vermeende) inbreuken op het recht van vrijheid van meningsuiting dienen vanuit het perspectief van de waarde van deze vrijheid voor een goed functionerende democratische samenleving te worden beoordeeld.

 

Het vergaande recht van de pers op vrijheid van meningsuiting omvat tegelijkertijd ook verantwoordelijkheden. Juist omdat de pers burgers informeert over wat er gaande is in de samenleving, kan zij belangrijke invloed uitoefenen op opinie- en beeldvorming en kan zij reputaties maken of breken. Vooral verantwoordelijkheden op het punt van verificatie en zorgvuldigheid komen daarbij aan journalisten toe.

 

De oproep

 

Pretium stelt dat de publicatie “Oproep: wat zijn uw ervaringen met Pretium?” ernstige beschuldigingen en insinuaties bevat aan het adres van Pretium. De toon van de publicatie is volgens Pretium negatief en de beschuldigingen zijn onjuist en ongefundeerd. Wegener verweert zich en stelt dat een combinatie van een persoonlijke ervaring en het opvangen van signalen van lezers de journalist van Wegener heeft bewogen tot het plaatsen van de oproep.

 

Beoordeeld moet worden of Wegener met de oproep de grenzen van het toelaatbare heeft overschreden.

 

Volgens de voorzieningenrechter kan de onderhavige oproep voor Pretium reputatieschade opleveren. De bewoordingen van de oproep hebben een negatieve lading en suggereren dat Pretium lichtvaardig vooral oudere mensen als abonnee tracht in te palmen. (“offensief”, “over te halen”, “hebben de vooral oudere abonnees niet in de gaten”, “Ze willen niet switchen, maar krijgen toch een brief waarin ze worden gefeliciteerd met hun nieuwe abonnement” en “moeilijk van af komen”).

 

Ter zitting is gebleken dat de aanleiding voor plaatsing van de oproep was: ‘reacties in de privésfeer van de journalist naar aanleiding van de persoonlijke ervaring van de vader van de journalist met Pretium’. Wegener heeft deze reacties niet nader geconcretiseerd. Verder is naar voren gekomen dat de persoonlijke ervaring van de vader van de journalist niet kan worden gekwalificeerd als een negatieve ervaring. De voorzieningenrechter oordeelt dan ook dat de directe aanleiding voor de oproep in de onderhavige bewoordingen in het vage blijft.

 

Juist in gevallen als het onderhavige, waarin nog in het geheel niet duidelijk is of de journalistieke oproep die wordt geplaatst zal leiden tot een uitkomst die door de oproep wordt gesuggereerd, weegt de journalistieke zorgvuldigheid zwaar. Een oproep als de onderhavige is weliswaar een erkend journalistiek middel om mogelijke misstanden te onderzoeken, maar het stelt forse eisen aan de gekozen bewoordingen. Duidelijk moet zijn dat de journalist (voordat hij tot publicatie overgaat) zo goed mogelijk geprobeerd heeft de informatie te verifiëren. Wegener heeft in deze procedure echter op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat zij die ‘signalen van lezers’ heeft geverifieerd. Het lijkt er op dat Wegener zonder onderzoek tot publicatie van de oproep in haar huidige vorm is overgegaan. Wegener heeft daarmee in dit bijzondere geval haar journalistieke zorgvuldigheids- en onderzoeksplicht geschonden en Pretium bij voorbaat in een kwaad daglicht gesteld.

 

De voorzieningenrechter is van oordeel dat Wegener Pretium in de onderhavige omstandigheden niet in de gelegenheid had hoeven te stellen om voorafgaand aan de publicatie van de oproep haar versie van de “feiten” te geven. In het recht op bescherming van de reputatie kan immers geen positieve verplichting worden ingelezen voor journalisten en uitgevers om mogelijk bezwarende publicaties steeds voorafgaand aan publicatie voor te leggen aan de betrokkene. Daarvan zou naar het oordeel van de voorzieningenrechter overigens ook een te groot ontmoedigend effect uitgaan. Het zou een onwenselijke aantasting opleveren voor de publieke waakhondfunctie van de pers.

 

Het voorgaande betekent dat de voorzieningenrechter in dit concrete geval van oordeel is dat (de inhoud van) de oproep van dien aard is dat deze als onrechtmatig jegens Pretium moet worden aangemerkt.

 

Pretium koppelt aan deze vaststelling de vordering dat de oproep daarom moet worden gerectificeerd op de voorpagina of elders in de zaterdageditie van de krant. Die vordering zal de voorzieningenrechter echter niet toewijzen.

 

Een rectificatie als gevorderd oordeelt de voorzieningenrechter als een te zwaar en onredelijk bezwarend middel, nu immers na een oproep op 31 augustus 2013 uitgebreid door Wegener in de krant over Pretium is gepubliceerd. Een rectificatie van de oproep heeft derhalve geen inhoudelijk effect nu dat de eigenlijke inhoudelijke publicatie in de krant over Pretium onverlet laat.

 

Dan resteert enkel nog de stelling van Pretium dat de disproportionele wijze van publiceren van de artikelen een ontoelaatbare aantasting inhouden van de reputatie van Pretium. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de wijze van publiceren, meer specifiek in welke omvang het artikel wordt geplaatst en op welke pagina(’s), is voorbehouden aan de uitgever. Of zij nu kiest voor een klein dan wel een groot artikel, al dan niet geplaatst op de voorpagina dan wel verspreid over meerdere pagina’s in de krant, de uitgever komt op dit punt redactionele vrijheid toe. In zoverre kan derhalve niet worden geoordeeld dat de wijze van publiceren onrechtmatig is.

 

Beslissing

 

De voorzieningenrechter gebiedt Wegener om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de publicatie met de titel “Oproep: wat zijn uw ervaringen met Pretium?” inclusief het Pretium logo en de foto(‘s), alle links naar deze publicatie en alle eventuele reacties daarop, te verwijderen van haar website en deze blijvend verwijderd te houden, zowel uit haar hard copy uitgaven als op het internet. Het overige wijst de voorzieningenrechter af.

 

De hierboven weergegeven casus is een samenvatting, de volledige uitspraak is te vinden via de onderstaande link met rechtspraak.nl:  

 

  

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBOVE:2013:2360

 

 

Home

  

Wilt u meer weten over het bovenstaande onderwerp, of heeft u andere vragen aan Schölvinck-Incasso? Dan kunt u mij bereiken via 020 – 622 4632, of gebruik het formulier hieronder om contact met mij op te nemen. U krijgt binnen 24 uur een reactie op uw e-mail.

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.