Kort geding. ROC heeft bindend negatief studieadvies verstrekt aan leerling. 

 

Sinds september 2012 volgt [eiser] bij ROC de opleiding Verkoopspecialist eerste verkoper.

 

ROC is ermee bekend dat [eiser] aan diabetes lijdt. ROC heeft in verband daarmee extra begeleiding bekostigd, welke begeleiding onder andere plaatsvond door Stichting Onderwijs Voorrang Eemland (hierna: Sovee) en door een externe coach.

 

Vanwege bezuinigingen is de taak van de externe coach in de zomer van 2013 overgenomen door achtereenvolgens de broer van [eiser] en een van zijn zussen.

 

Op 4 juli 2013 heeft een gesprek plaatsgevonden over een aan [eiser] gegeven voorlopig negatief studieadvies.

 

De studieloopbaanbegeleider heeft daarvan het volgende verslag gemaakt:

“In de brief van de afdelingsmanager dd. 03-07-2013 is op basis van de volgende resultaten besloten tot een voorlopig negatief studieadvies:

X Nakomen van afspraken, bv. gemaakt bij de intake, deelname aan bijspijkeractiviteiten e.d.

X Inzet. (bv. aantal en kwaliteit van uitgevoerde opdrachten en prestaties).

X Gedrag / (beroeps)houding

[eiser] heeft geen moeite met de opleiding integendeel. Hij heeft wel moeite met zijn beroepshouding en aanwezigheid. Mede daardoor krijgt hij een verlengd negatief studieadvies.

 

Op basis van bovenstaande constatering worden met jou de volgende afspraken gemaakt en op 04-07-2013 geëvalueerd door het onderwijsteam. Wanneer de afspraken niet voldoende zijn nagekomen, kan dit resulteren in een bindend negatief studieadvies, hetgeen betekent dat je moet stoppen met de opleiding.

* Op 2 september Kerntaak 2 map en Portfolio 2 inleveren. Beiden moeten voor 06/09 voldoende zijn.

* In periode 1 van het nieuwe schooljaar is je aanwezigheid 90%. Aanwezigheid wordt gedefinieerd als aanwezig in de klas. Alle absentie ook geoorloofd valt onder de 10%.

* Je beroepshouding moet duidelijker verder verbeteren. Wij gaan uit van een gelijke beroepshouding in de BPV en op school. Dit houdt o.a. in dat je:

- op tijd aanwezig bent;

- je huiswerk af hebt;

- in grote mate respect toont voor de docenten en je medeleerlingen;

- beloftes nakomen.”

 

Bij brief van 12 september 2013 heeft ROC het volgende bericht aan de ouders van [eiser] verzonden:

“Wij hebben geconstateerd dat [eiser] 16 klokuren binnen 4 weken ongeoorloofd afwezig is geweest. (…)

Wij raden u aan dit thuis te bespreken en [eiser] te blijven motiveren om aanwezig te zijn tijdens de lessen.

Ongeoorloofd verzuim kan leiden tot een voorlopig negatief studieadvies (…).

Om te voorkomen dat [eiser] nog meer lessen mist gaan we aanvullende afspraken maken. Daarom nodig ik u en [eiser] voor een gesprek uit op:

Datum: 17-09-2013

 

Op 17 september 2013 heeft geen gesprek plaatsgevonden tussen ROC en [eiser] en diens familie. Er is een nieuwe afspraak gemaakt voor 30 september 2013. Bij e-mailbericht van die dag schreef de zus van [eiser]:

“Ik heb gisteren de afspraak bevestigt maar moet hem helaas afzeggen. Ik vind het erg vervelend maar heb naar andere mogelijkheden gekeken maar het gaat niet lukken. (…).”

 

Op 10 oktober 2013 schreef ROC het volgende aan [eiser]:

“Afgelopen dinsdag hebben we elkaar al kort gesproken en daarin heb ik aangegeven dat ik op korte termijn een gesprek met jou en eventueel je ouders wil (…) over het nog steeds niet voldoen aan de voorwaarden uit je negatief studie advies.

 

Er is overleg geweest met de docenten en er is besloten om je negatieve studieadvies om te zetten in een bindend studieadvies omdat je ondanks herhaalde aanmaningen nog steeds niet voldoet aan de gestelde voorwaarden. Dat betekent dat je opleiding stopt.

 

Het geschil

 

[eiser] is het hier niet mee eens en vordert dat de voorzieningenrechter ROC zal veroordelen om [eiser] binnen een dag na het wijzen van dit vonnis toe te laten tot de opleiding.

  

Beoordeling door de rechtbank


Voor ligt de vraag of ROC, gelet op de beleidsvrijheid die een school op dit punt heeft, in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot een negatief bindend studieadvies. De voorzieningenrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. Daartoe is het volgende van belang.

 

ROC heeft aangevoerd dat [eiser] op 26 april 2013 een voorlopig negatief studieadvies heeft ontvangen en dat hij, om een bindend negatief studieadvies te voorkomen, voor het einde van de vierde periode van het schooljaar een zevental opdrachten gemaakt moest hebben, waaronder Kerntaak 2 en Portfolio 2, aan welke voorwaarde hij niet geheel heeft voldaan. [eiser] heeft niet weersproken dat hij op basis van het voorlopig negatief studieadvies van 26 april 2013 voor het einde van de vierde periode van het schooljaar een zevental opdrachten gemaakt moest hebben, en dat hij daarin niet geheel is geslaagd. De voorzieningenrechter gaat daarom uit van de juistheid daarvan.

 

ROC heeft bovendien aangevoerd dat zij, omdat [eiser] toen, onder begeleiding van de externe coach, wel zijn goede wil had getoond, heeft besloten het voorlopig negatief studieadvies onder voorwaarden te verlengen, maar dat [eiser] vervolgens niet aan de aan hem gestelde voorwaarden voldeed, waaronder het alsnog inleveren van de opdrachten Kerntaak 2 en Portfolio 2 en een aanwezigheid van 90%.

 

Van belang is dat [eiser] ter zitting heeft erkend dat hij in ieder geval de opdracht Kerntaak 2 niet heeft ingeleverd. Hij heeft ook erkend dat hij lesuren heeft gemist, omdat hem de toegang tot de les werd ontzegd als hij zijn boeken niet bij zich had en/of opdrachten niet af had. Nog daargelaten of daarmee de aanwezigheid van [eiser] tot onder 90% is gedaald, staat met de erkenning van het niet-inleveren van de opdracht Kerntaak 2 vast dat [eiser] niet heeft voldaan aan de hem gestelde voorwaarden.

 

De gestelde voorwaarden komen de voorzieningenrechter helder en niet onredelijk voor. Bovendien zijn tussen het voorlopig negatief advies en het bindend negatief advies meer dan zes maanden gelegen, waarin [eiser] de mogelijkheid zijn gedrag te verbeteren onvoldoende heeft benut. Zijn broer, en later zijn zus, die de begeleiding van [eiser] van de externe coach hebben overgenomen, hebben in deze periode ook niet, althans niet adequaat, gereageerd op de uitnodigingen van ROC voor een gesprek. Het komt de voorzieningenrechter dan ook tot het voorlopige oordeel dat ROC in redelijkheid tot het bindend negatief studieadvies kunnen komen.

 

Aan de stelling van [eiser], dat het besluit tot het geven van het bindend negatief studieadvies onzorgvuldig zou zijn genomen, omdat daar geen gesprek met [eiser] aan vooraf is gegaan, gaat de voorzieningenrechter voorbij, nu uit de in het geding gebrachte correspondentie voldoende blijkt dat ROC [eiser] en zijn familie daartoe wel herhaaldelijk de mogelijkheid heeft geboden.

 

Bovendien staat vast dat partijen elkaar in ieder geval op 18 oktober 2013 hebben gesproken. Ook de omstandigheid dat de zus van [eiser] (die in navolging van haar broer de begeleiding van [eiser] heeft overgenomen van de externe coach) de ernst van de situatie onvoldoende heeft begrepen – zij heeft ter zitting gesteld dat zij van haar broer had begrepen dat ROC contact met haar zou opnemen als daar aanleiding toe was – doet aan het voorgaande niet af.

 

De voorzieningenrechter acht het namelijk onvoldoende aannemelijk dat [eiser] zelf evenmin van de ernst van de situatie op de hoogte was. Hij kende de aan hem gestelde voorwaarden immers en had de gevolgen van het niet-voldoen aan dergelijke voorwaarden bovendien al eens ervaren (aangezien ROC onweersproken heeft aangevoerd dat [eiser], voor hij startte met zijn opleiding tot Verkoopspecialist eerste verkoper, bij ROC ook reeds een andere opleiding heeft gevolgd, die is geëindigd na een bindend negatief studieadvies), maar heeft zich daar desondanks niet voldoende door laten leiden.

 

De omstandigheid dat [eiser] lijdt aan diabetes maakt het voorgaande ook niet anders. Die ziekte heeft hoogstens invloed op de prikkelbaarheid van [eiser], maar leidt niet tot het gevolg dat afspraken niet kunnen worden nagekomen. De vordering van [eiser] zal dan ook worden afgewezen.

 

De hierboven weergegeven casus is een samenvatting, de volledige uitspraak is te vinden via de onderstaande link met rechtspraak.nl:  


 

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2013:7380

 

 

Home 


Wilt u meer weten over het bovenstaande onderwerp, of heeft u andere vragen aan Schölvinck-Incasso? Dan kunt u mij bereiken via 020 – 622 4632, of gebruik het formulier hieronder om contact met mij op te nemen. U krijgt binnen 24 uur een reactie op uw e-mail.

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.