Einde relatie: aan wie komt het gebruik en de bewoning van de woning toe?

 

Eiseres vordert in kort geding voor de kantonrechter dat zij bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de woning waar zij met gedaagde samen heeft gewoond, te bepalen dat de inboedel van die woning aan eiseres voor haar dagelijks gebruik ter beschikking wordt gesteld (met uitzondering van de strikt persoonlijke bezittingen van gedaagde), te bepalen dat gedaagde een bromfiets aan haar teruggeeft.

 

Beoordeling door de voorzieningenrechter

 

Tussen partijen staat het volgende vast:

 

a.     Partijen hebben met elkaar een affectieve relatie gehad die begin september 2013 is beëindigd.

b.     Partijen zijn beiden medehuurder van de woning.

c.     Eiseres heeft de woning op 3 september 2013 verlaten; toen zij op 5 september 2013 nog enige persoonlijke zaken uit de woning wilde halen is het tussen partijen tot een handgemeen gekomen.

d.     Sedert 3 september 2013 verblijft eiseres, tezamen met de hond van partijen, bij derden, aanvankelijk bij haar ouders, later ook nog bij anderen, inmiddels voor de tweede maal bij een vriendin van haar.

 

Eiseres heeft haar vordering als volgt toegelicht.

Zij heeft op 3 september 2013, door de vele ruzies met en de agressieve opstelling van gedaagde, besloten de woning tijdelijk te verlaten om de gespannen relatie tot rust te laten komen. Op 5 september 2013 heeft zij geprobeerd nog een aantal persoonlijke eigendommen uit de woning te halen, maar daarbij is zij door gedaagde mishandeld, van welke mishandeling zij aangifte heeft gedaan bij de politie. Ze kan niet (meer) bij haar ouders terecht, omdat de verstandhouding met haar vader niet goed is, maar bovenal omdat met name haar vader de hond niet in huis duldt. Voor de hond is geen andere opvang mogelijk, omdat deze extreem aan haar persoonlijk gehecht is en bij haar afwezigheid ongecontroleerd gedrag gaat vertonen tegenover anderen. Het feit dat de hond met haar en gedaagde vier jaar samen heeft gewoond maakt dat niet anders, aldus eiseres.

 

In het onderhavige geval gaat het om de vraag aan wie van beide partijen, die rechtens ten aanzien van de woning in een gelijke positie verkeren, het gebruik en de bewoning van de woning bij uitsluiting van de ander voorlopig toekomt.

 

Volgens haar eigen verklaring verblijft eiseres thans voor de tweede maal sedert 3 september 2013 bij haar vriendin. Zij heeft niet gesteld, en dat is overigens ook niet gebleken, dat, laat staan waarom die situatie als onhoudbaar moet worden aangemerkt. Integendeel, de desbetreffende vriendin heeft een in deze procedure overgelegde uitvoerige schriftelijke verklaring afgelegd, waarin niet wordt gerept van problemen betreffende de inwoning door eiseres. Daar komt bij, dat gedaagde heeft aangevoerd waarom hij niet over vervangende woonruimte kan beschikken als de vordering wordt toegewezen, en die stelling is door eiseres niet (voldoende gemotiveerd) weersproken.

 

Voorts is uit de eigen toelichting van eiseres ter zitting gebleken, dat zij bij haar ouders niet (tijdelijk) terecht kan vanwege haar zorg voor de hond en dat zij van oordeel is dat zij de zorg voor die hond niet aan een ander, bijvoorbeeld aan gedaagde, wenst toe te vertrouwen.

 

In een situatie als de onderhavige dient iemand in de positie van eiseres onderscheid te maken tussen het gewicht van verschillende alternatieven. Zelfs indien juist zou zijn, hetgeen geenszins is gebleken, dat voor de hond een enigszins onplezierige tijd zou aanbreken, indien deze tijdelijk van haar zou worden gescheiden, is niet duidelijk geworden waarom dat belang zwaarder zou moeten wegen dan haar eigen belang bij een dak boven haar hoofd.

 

Gedaagde heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde afgifte van de bromfiets. Dat onderdeel van de gevraagde voorzieningen is dan ook toewijsbaar.

 

Het vorenstaande leidt tot de conclusie, dat de gevraagde voorzieningen, met uitzondering van de gevorderde afgifte van de bromfiets dienen te worden geweigerd. Met gedaagde is de kantonrechter van oordeel dat de onderhavige zaak zoveel overeenkomsten vertoont met een geschil in de familierechtelijke sfeer, dat aanleiding bestaat de proceskosten te compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.              

 

De hierboven weergegeven casus is een samenvatting, de volledige uitspraak is te vinden via de onderstaande link met rechtspraak.nl:  

 

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBOVE:2013:2691

 


Home 

         

Wilt u meer weten over het bovenstaande onderwerp, of heeft u andere vragen aan Schölvinck-Incasso? Dan kunt u mij bereiken via 020 – 622 4632, of gebruik het formulier hieronder om contact met mij op te nemen. U krijgt binnen 24 uur een reactie op uw e-mail.

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.