Werkgever schorst werknemer en kort daarna volgt ontslag op staande voet. 

 

Eiser, is op 1 augustus 1985 bij gedaagde in dienst getreden en is werkzaam in de functie van bedrijfsleider.

 

Gedaagde is niet alleen een regulier garagebedrijf, maar levert ook ambulances en verzorgt het onderhoud daarvan.

 

Op 13 maart 2013 is eiser op het werk aangehouden en overgebracht naar een politiebureau; tegelijkertijd heeft een doorzoeking plaatsgevonden van de werkplaats en het kantoor van gedaagde.

 

Eiser is verdacht van het opzettelijk onbruikbaar maken van voertuigen (ambulances).

Gedaagde heeft eiser daarop per brief van 15 maart 2013 op non-actief gesteld.

 

Eiser heeft zich in verband met zijn psychische klachten via zijn echtgenote op 15 maart 2013 ziek gemeld.

 

Na de voorgeleiding van eiser bij de rechter-commissaris is eiser wegens ernstige bezwaren voor de duur van 14 dagen in bewaring gesteld. Op die dag is eiser ook opgenomen in het penitentiair psychiatrisch centrum te Zwolle, al waar hij in beperkingen heeft gezeten.

 

Gedaagde heeft eiser na kennisname van de beslissing van de rechter-commissaris op staande voet ontslagen, hetgeen direct schriftelijk is bevestigd.

 

Eiser is strafrechtelijk veroordeeld voor de duur van 12 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk; in het vonnis staat onder meer:

 

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de beschadiging van een drietal ambulances en het onbruikbaar maken van één ambulance, alsmede aan een drietal pogingen tot oplichting. Verdachte heeft met zijn handelswijze het risico genomen dat het ambulancevervoer verstoord raakte. Goed functionerend ambulancevervoer is van groot maatschappelijk belang. Niet zelden gaat het in situaties waarin deze voertuigen moeten worden ingezet om een strijd tussen leven en dood. De burger moet dan ook op het adequaat functioneren van deze voertuigen kunnen rekenen. Met zijn handelen, heeft verdachte dan ook grote onrust veroorzaakt. Niet alleen binnen de betrokken organisaties, maar ook in maatschappelijk opzicht heeft verdachte een gevoel van onveiligheid teweeggebracht.

 

Tijdens zijn detentie heeft eiser langdurig in een psychiatrisch ziekenhuis verbleven.


Eiser dient ook in de toekomst nog andere behandelingen te ondergaan voor zijn psychische klachten, welke behandelingen hetzij klinisch, hetzij ambulant zullen geschieden.

 

Kort geding

  

Eiser is het met zijn ontslag niet eens en vordert in kort geding dat zijn ontslag wordt vernietigd en hij maakt ook aanspraak op betaling loon.

 

De kantonrechter overweegt als volgt:

 

Voor een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet is het noodzakelijk dat eiser aan gedaagde een dringende reden heeft gegeven. De opzegging dient onverwijld te zijn gedaan onder gelijktijdige mededeling van de aan het ontslag ten grondslag liggende reden(en).

 

Voor die beoordeling is de aan eiser opgegeven reden maatgevend en gaat het om de vraag of de daarin genoemde reden komt vast te staan en het gegeven ontslag kan dragen. Bij de beoordeling of deze reden een dringende reden moeten alle omstandigheden van het geval worden meegewogen, waaronder de aard en ernst van de dringende reden, de duur van de dienstbetrekking en de wijze waarop eiser zijn dienstbetrekking heeft uitgeoefend alsmede zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zal hebben.

 

Het verwijt van eiser dat het beginsel van hoor/wederhoor is geschonden kan de stelling dat sprake is van een ongeldig ontslag op staande voet niet dragen, omdat toepassing van dit beginsel niet steeds voorgeschreven is. Weliswaar zegt het iets over de zorgvuldigheid die de werkgever in acht neemt, maar een vereiste is het niet.

 

De kantonrechter verwerpt voorts de stelling dat het ontslag op staande voet niet onverwijld gegeven is door niet direct na de aanhouding van eiser tot ontslag over te gaan, maar door de beslissing van de rechter-commissaris over eventuele voorlopige hechtenis af te wachten, in de woorden van gedaagde “hopende dat alles een vergissing was”. 

 

Een werkgever behoort enige tijd gegund te worden voor beraad. Voorstelbaar is dat de arrestatie van eiser op het werk een buitengewone impact heeft gehad, waarbij gedaagde geconfronteerd is met tal van vragen en onduidelijkheden. Het feit dat onder die omstandigheden niet direct ontslag gegeven is, maar dat na het inwinnen van juridisch advies de beslissing van de rechter-commissaris over eventuele voorlopige hechtenis is afgewacht, maakt niet dat het ontslag te laat gegeven is, maar getuigt juist van zorgvuldigheid. Het gaat hier ook om een tijdsverloop van slechts enkele dagen.

 

Eiser heeft met recht naar voren gebracht dat de enkele afwezigheid door vrijheidsbeneming in de regel ontslag op staande voet niet rechtvaardigt. Evenzo maakt het feit dat sprake is van een verdenking en geen veroordeling, dat grote terughoudendheid op zijn plaats is. Uitgangspunt is dat de werknemer onschuldig is, zolang niet anders is bewezen. Bovendien kan gekozen worden voor een andere -minder ingrijpende- wijze van beëindiging of een ordemaatregel in de vorm van schorsing van eiser, bijvoorbeeld voor de duur van het strafproces.

  

Onschuldig

 

Echter, de vordering kan niet reeds hierom worden toegewezen. Ondanks de aanwezigheid van alternatieven voor het ontslag op staande voet, kan ook bij de enkele verdenking van een strafbaar feit sprake zijn van omstandigheden die niet alleen maken dat onmiddellijk ingrijpen aangewezen is, maar ook dat ontslag op staande voet gegeven kan worden. Alle omstandigheden van het geval dienen immers meegewogen te worden. Niet volstaan kan worden met een beroep op de onschuldpresumptie.

 

Op het moment dat het ontslag gegeven werd was gedaagde bekend met de aard van de verdenking en de ernst van de beschuldiging. De officier van justitie heeft volgens gedaagde gesteld dat eiser meer dan een ambulances gesaboteerd heeft en dat justitie daar “zeker” van was. Door de beslissing van de rechter-commissaris in strafzaken stond verder vast dat er sprake was van ernstige bezwaren en wist gedaagde dat eiser langere tijd afwezig zou zijn. Contact was niet mogelijk door de aan eiser opgelegde beperkingen. Door de wijze van aanhouding was verder het volledige personeel bekend met de arrestatie en door de publiciteit – de politie heeft een persbericht uitgebracht – zijn ook derden, opdrachtgevers hiermee bekend geraakt. Er kan niet voorbij gegaan worden aan de relatie tussen de verdenking en de aard van het bedrijf van gedaagde en de inhoud van de functie die eiser daarin vervulde. Het is niet acceptabel dat juist op de plaats waar de ambulances voor onderhoud en herstel naar toegebracht worden, schade aan die ambulances wordt toegebracht. Daarbij was volgens de aard van de beschuldiging niet alleen sprake van directe schade aan de ambulances, maar ook van mogelijke gevaarzetting voor het publiek. eiser vervulde een leidinggevende functie bij gedaagde en in die hoedanigheid had hij ook een zekere voorbeeldfunctie.

 

Gelet op de ernst van deze beschuldigingen en de impact daarvan op de organisatie, in combinatie met de publiciteit die de aanhouding van eiser gegenereerd heeft, de relatie tussen het strafbare feit en het werk, de leidinggevende positie van eiser en de afhankelijke relatie van gedaagde ten opzichte van zijn opdrachtgevers, is niet uit te sluiten dat de bodemrechter tot de conclusie komt dat terecht ontslag op staande voet is gegeven. Door het geven van het ontslag heeft gedaagde duidelijk gemaakt dat zij zich onmiddellijk en volledig distantieerde van het verweten gedrag, waarbij zij op dat moment belang had. Dat wordt niet anders als de gevolgen van het ontslag voor eiser (geen inkomen, geen uitkering) in combinatie met de vlekkeloze staat van dienst van eiser en de duur van diens dienstverband (27 jaar) in aanmerking worden genomen.

 

Eiser heeft ook nog naar voren gebracht dat zijn handelen het gevolg is geweest van de overspannenheid als gevolg van het werk en de sfeer op het werk, waarbij hij door één van zijn collega’s bedreigd is en waartegen door gedaagde niet adequaat zou zijn opgetreden. Eiser was volgens zijn eigen stellingen indertijd ziek en is in strafrechtelijke zin verminderd toerekeningsvatbaar verklaard. Uiteraard zijn dit wel omstandigheden, die net als de vraag of de door eiser gestelde overspannenheid werk gerelateerd is, een rol kunnen spelen bij de beoordeling, doch in het kader van deze procedure is geen ruimte voor een uitvoeriger debat over deze feiten of een eventueel nader feitelijk onderzoek. Het is voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet ook niet noodzakelijk dat de gedragingen eiser feitelijk kunnen worden verweten. Thans overweegt de ernst van de verweten gedragingen en de context waarin de gedragingen hebben plaatsgevonden en de impact daarvan op de organisatie van gedaagde. Om die reden kan naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet met voldoende zekerheid gezegd worden dat het ontslag op staande voet in een bodemprocedure geen stand zal houden.

 

De kantonrechter wijst de vordering van eiser af.

 

De hierboven weergegeven casus is een samenvatting, de volledige uitspraak is te vinden via de onderstaande link met rechtspraak.nl:  

 

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBZWB:2013:9004

  

Home 

 

Wilt u meer weten over het bovenstaande onderwerp, of heeft u andere vragen aan Schölvinck-Incasso? Dan kunt u mij bereiken via 020 – 622 4632, of gebruik het formulier hieronder om contact met mij op te nemen. U krijgt binnen 24 uur een reactie op uw e-mail.

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.