Onjuiste ziekmelding. Werknemer niet traceerbaar, reageert niet op verzoeken werkgever.

 

[eiseres] is op 1 juli 2008 in dienst getreden van [gedaagde] in de functie van Pedagogisch Medewerkster.

 

Op 6 januari 2014 heeft [eiseres] zich middels een what’s app bericht ziek gemeld bij haar werkgever [gedaagde]. Daarbij gaf zij op:

“(…) Ben vannacht naar het ziekenhuis gegaan en word straks geopereerd aan mijn blindedarm. (…)

 

Bij brief van 16 januari 2014 heeft [gedaagde] [eiseres] op staande voet ontslagen. Als dringende reden wordt aangevoerd:

“ Op maandag 6 januari 2014 hebt u zich, in strijd met de geldende afspraken, via een bericht met uw mobiele telefoon, ziek gemeld. De reden voor ziekmelding was volgens dit bericht een ziekenhuisopname die gevolgd zou worden door een operatie. Op dinsdag 7 januari jl. heb ik contact opgenomen met het ziekenhuis in Hengelo Overijssel om te weten te komen op welke kamer u lag, zodat ik u een bloemetje kon sturen. Tot mijn grote verbazing bleek u niet in het ziekenhuis te zijn. Bij navraag ook niet in de ziekenhuizen in de ons omringende plaatsen. Vervolgens heb ik getracht contact met u op te nemen. De telefoon werd niet beantwoord, op berichten werd niet gereageerd en de deur van uw woning werd niet opengedaan. In een brief d.d. 10 januari 2014 heb ik u laten weten uw ziekmelding niet te accepteren en de salarisbetaling met ingang van 6 januari jl. te staken.

 

Ondanks het feit dat u op 8 januari jl. bent gesignaleerd in Duitsland hebt u verzuimd contact op te nemen en was u niet bereikbaar voor ondergetekende dan wel de arbodienst. Dit ook tegen de geldende afspraken in. Inmiddels hebt u contact opgenomen met uw familie en een collega, maar opnieuw hebt u mij nergens van op de hoogte gebracht. Uw familie heeft mij op de hoogte gebracht van uw verblijf op Texel. Kennelijk vond u het zelf niet noodzakelijk mij de hoogte te brengen.


U hebt de gezondheid van kinderen en het voortbestaan van “De Honderd Huizen” in gevaar gebracht door op momenten dat van u werd gevraagd kinderen van school te halen met uw eigen auto, dit te doen met een auto die niet APK gekeurd was en derhalve was de auto onverzekerd. U hebt dit niet bij mij gemeld, zodat er een gevaarlijke situatie is ontstaan.

 

De afgelopen maanden is er door uw collega’s met regelmaat verzocht om inzage in de bankrekening die op uw naam staat en waar de gelden van de personeelspot op gestort worden. Op alle mogelijke manieren hebt u proberen te voorkomen dat uw collega’s inzage kregen in de besteding van de gelden. Tot op de dag van vandaag hebt u ook hierover niets gemeld, waardoor u verdenking op uw handelen hebt geladen.

 

Elk van deze gedragingen op zich, maar zeker ook in onderlinge samenhang bezien, levert een dringende reden op (in de zin van artikel 7:678 BW) en heeft tot gevolg dat wij alle vertrouwen in u verloren hebben. Van ons kan niet langer gevergd worden het dienstverband met u nog langer te laten voortbestaan.

 

Ontslag op staande voet maakt u schadeplichtig. Derhalve behoud ik mij het recht voor om eventuele schade door de omstandigheden die leidden tot dit ontslag op u te verhalen en/of deze schade te verrekenen met de eindafrekening van uw arbeidsovereenkomst.”

 

Met ingang van 6 januari 2014 heeft [gedaagde] de loonbetaling aan [eiseres] geschorst.

 

Bij brief van 23 januari 2014 heeft [eiseres] de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen en zich beschikbaar gehouden voor haar werk wanneer haar gezondheid dat toelaat.

 

De huisarts van [eiseres] heeft bij brief van 18 februari 2014 verklaard:

“Als antwoord op uw vraag of [eiseres] zich in januari 2014 ziek heeft gemeld wegens overspannenheid kan ik u bevestigend antwoorden. Dus JA. Op 13 januari kwamen de eerste berichten binnen.

 

De behandelend sociaal psychiatrisch verpleegkundige heeft bij schrijven van

20 maart 2014 verklaard:

"In de hoedanigheid van praktijkondersteuner huisarts GGZ heb ik frequent gesprekken met [eiseres] vanwege haar psychische problematiek.

 

[eiseres] heeft zich in januari ziek gemeld bij de huisarts vanwege overspannenheid. De huisarts heeft met mij overlegd dat ik ondersteuning/behandeling biedt in verband met stabiliteit en hestel van haar psychische evenwicht."

 

Het geschil

 

[eiseres] vordert in kort geding:


[gedaagde] te bevelen om binnen 2 dagen na betekening van dit te wijzen vonnis [eiseres] toe te laten tot haa reguliere werkzaamheden.

[gedaagde] te veroordelen het reguliere salaris e.d. aan [eiseres] door te betalen.

 

Beoordeling door de voorzieningenrechter

 

[eiseres] bleek, in weerwil van haar what’s app bericht, niet in een ziekenhuis te zijn opgenomen, was gedurende enige tijd volledig onbereikbaar voor [gedaagde] (en voor haar familie), en heeft niet gereageerd op verzoeken van [gedaagde] contact met hem op te nemen. [gedaagde], die ongerust was, heeft geprobeerd met haar en later haar familie in contact te komen. Onder die omstandigheden kan niet geoordeeld worden dat tijd die verstreken is tussen het moment waarop [gedaagde] duidelijk werd dat het door [eiseres] verzonden what's app bericht onjuist was en 16 januari 2014, de datum waarop het ontslag op staande voet is gegeven, ertoe dient te leiden dat het ontslag niet onverwijld is gegeven. Het verweer ter zake wordt verworpen.

 

De redenen voor het gegeven ontslag op staande voet zijn verwoord in de brief van 16 januari 2014. Aan de hand van de daarin opgegeven redenen dient de rechtsgeldigheid van het ontslag beoordeeld te worden. [gedaagde] heeft [eiseres] op staande voet ontslagen omdat zij hem een onjuist bericht gestuurd over een ziekenhuisopname in verband met een blindedarmoperatie, zij niet bereikbaar was voor [gedaagde] én heeft nagelaten contact met hem op te nemen. Voorts heeft [gedaagde] aan het ontslag ten grondslag gelegd dat [eiseres], zonder dat haar auto over een geldige APK-keuring beschikte, daarmee kinderen van het kinderdagverblijf vervoerd heeft en zij geen inzage heeft gegeven in de personeelspot, waarvan het geld op een aan [eiseres] toebehorende bankrekening staat. Blijkens de ontslagbrief worden de hiervoor genoemde redenen ieder op zich, als in onderlinge samenhang bezien, aan het ontslag ten grondslag gelegd.

 

Evident is dat de mededeling dat [eiseres] in het ziekenhuis zou worden opgenomen en een blindedarmoperatie zou ondergaan onjuist was. Dat is [eiseres] zwaar aan te rekenen. Zij heeft daarmee het vertrouwen van [gedaagde] fors geschaad. [eiseres] stelt dat, hoewel zij niet in het ziekenhuis lag, wel ziek was als gevolg van overspannenheid en dat [gedaagde], de vraag of zij arbeidsongeschikt was wegens ziekte, door de bedrijfsarts had moeten laten toetsen.

 

Nu [eiseres] een evident onjuist bericht aan [gedaagde] had gezonden met betrekking tot de aard van haar ziekte en een ziekenhuisopname is daarmee iedere grond aan haar ziekmelding komen te ontvallen. Het gaat niet aan om vervolgens te stellen dat [gedaagde] ondanks de onjuistheid van die mededeling als geheel, het onderdeel 'ziekmelding' wel alsnog voor 'waar' diende aan te merken en de bedrijfsarts had moeten inschakelen, noch daargelaten dat [eiseres], ondanks meerdere pogingen van [gedaagde] om contact met hem op te nemen geen gehoor heeft gegeven. De stelling dat [eiseres] wel ziek was en [gedaagde] de bedrijfsarts had moeten inschakelen ten einde de vraag of zij arbeidsongeschikt was wegens ziekte te beoordelen zal dan ook worden verworpen.

 

De vraag is of het sturen van een dergelijk onjuist bericht, in de gegeven omstandigheden waarbij [eiseres] door haar familie als vermist was opgegeven, een dringende reden oplevert voor een ontslag op staande voet. De kantonrechter beantwoordt die vraag bevestigend. Dat is pas dan anders indien blijkt dat het doen van die valse mededeling haar als gevolg van haar psychische toestand niet kan worden aangerekend. Het ligt op de weg van [eiseres] zulks onderbouwd te stellen en bij betwisting te bewijzen, althans in het kader van de onderhavige procedure, aannemelijk te maken. [eiseres] heeft daartoe een brief van haar huisarts, alsmede een verklaring van de behandelend sociaal psychiatrisch verpleegkundige, waar zij frequent gesprekken mee voert teneinde haar psychische stabiliteit te verbeteren, aldus de verklaring, in het geding gebracht. In deze (summiere) verklaringen is geen enkele aanwijzing te vinden dat de psychische toestand van [eiseres] op en kort na 6 januari 2014 zo ernstig was dat de handelwijze van [eiseres] haar niet kan worden aangerekend.

 

Nu het valselijk verzonden bericht naar voorlopig oordeel een geldige dringende reden oplevert voor ontslag op staande voet, behoeven de overige ontslaggronden geen bespreking meer.

 

Derhalve dient op grond van de thans beschikbare stukken geoordeeld te worden dat thans niet voldoende aannemelijk is dat het gegeven ontslag op staande voet in een bodemprocedure geen stand zal houden en de loonvordering zal worden toegewezen.

 

De vorderingen worden afgewezen met veroordeling van [eiseres], als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van de procedure.

 

De hierboven weergegeven casus is een samenvatting, de volledige uitspraak is te vinden via de onderstaande link met rechtspraak.nl:  

 

 

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBOVE:2014:1830

 

 

Home

 

Wilt u meer weten over het bovenstaande onderwerp, of heeft u andere vragen aan Schölvinck-Incasso? Dan kunt u mij bereiken via 020 – 622 4632, of gebruik het formulier hieronder.

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.