Taxibedrijf krijgt contract met provincie Zuid-Holland niet terug

 

De Provincie heeft via een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure een opdracht in de markt gezet voor het vervoer van leden van het College van Gedeputeerde Staten, de provinciesecretaris en de Commissaris van de Koning van de provincie Zuid-Holland ten behoeve van officiële provinciale aangelegenheden (het “VIP-vervoer”).

 

De opdracht is gegund aan Job. Partijen hebben in verband daarmee een raamovereenkomst gesloten voor de duur van twee jaar. De raamovereenkomst is op 1 september 2014 ingegaan.

 

Bij brief van 3 december 2014 heeft de Provincie aan Job bericht:

 

“Reeds vanaf de start van het verrichten van het opgedragen vervoer, te weten 1 september 2014, zijn er diverse voorvallen; Job voldoet niet aan de gestelde eisen. Met name het VIP-vervoer verloopt volstrekt niet zoals is overeengekomen.

 

In een op verzoek van de Provincie gevoerd gesprek met Job op 2 september 2014 (!), worden alle voorvallen nader toegelicht, besproken en bevestigd.

 

Op 3 september 2014 stelt de Provincie Job op grond van de voorvallen in gebreke. In deze brief staat onder meer:

 

“U zult begrijpen dat wij per direct en onvoorwaardelijk een onberispelijke dienstverlening eisen en verwachten. Mocht onverhoopt anders blijken dan zal de provincie niet aarzelen de met u gesloten raamovereenkomst te beëindigen.”

 

Overzicht ingebrekestellingen

 

Hieronder volgt een overzicht van enkele van deze ingebrekestellingen die volgden op die van 3 september 2014:

 

Per e-mail van 24 september 2014:

- De provinciesecretaris is te laat opgehaald.

 

U bevestigt dat de chauffeur die haar had moeten ophalen naar de verkeerde plek is gereden.

 

Per e-mail van 30 september 2014:

            -
het voertuig is niet schoon;

            -
het voertuig is niet duidelijk representatief: ziet er verouderd uit; versleten stoffen bekleding. De auto mist zonneschermpjes en leeslampjes;

            -
het pak van de chauffeur is net iets te klein, waardoor het er niet verzorgd uitziet;

            -
Bij het instappen houdt de chauffeur netjes de deur open, bij het einde van de rit blijft hij echter gewoon zitten.

U bevestigt onder meer dat u de opmerkingen over de wagen heel goed heeft gelezen.

 

Per e-mail van 15 oktober 2014:

 Chauffeur/ auto verschijnt een half uur te laat.

 

U bevestigt op 15 oktober 2014 dat de tijd door Job verkeerd is overgenomen van de reserveringsmail in uw systeem, waardoor VIP-vervoer een half uur te laat aanwezig was;

 

 Chauffeur/ auto staat niet op de afgesproken locaties.

 

U bevestigt op 15 oktober 2014 dat de chauffeur een passagier op de afgesproken locatie dienden op te halen, in dit geval bij het D-gebouw. Dit betrof Arbo-vervoer.

 

 Chauffeur/ auto verschijnt 55 minuten te laat.

 

U bevestigt op 16 oktober 2014 dat een verkeerde rit is geannuleerd waardoor de passagier bijna een uur na de afgesproken tijd werd opgehaald.

 

Op 16 oktober 2014 heeft de CdK na afloop van een afspraak 20 minuten moeten wachten alvorens zijn auto arriveerde.

 

Op 6 november 2014 werd de CdK bij een Koninklijk evenement in de Ridderzaal verwacht. De CdK is -ondanks een vooraf door de assistent van de CdK met de chauffeur gemaakte afspraak en protest van de CdK zelf- bij een zij-ingang afgezet, omdat de chauffeur stellig vond dat dit beter was. De CdK behoort de Koning als eerste te verwelkomen en hij behoort bij het gevolg van de Koning. Hij dient conform hofceremonieel bij de hoofdingang te worden afgezet. Ook begin september 2014 is dit niet goed gegaan.

 

Per e-mails van 18 november 2014:

 Vele klachten met betrekking tot de facturatie: bevat geen overzicht van de gereden uren, in sommige gevallen is alleen de terugreis vermeld, onduidelijkheid met betrekking tot wachttijden..

 

Per e-mail van 21 november 2014:

            -
Gedeputeerde is vervoerd in een auto, die als zeer oud en versleten wordt ervaren. Gedeputeerde heeft aangegeven niet meer in die auto vervoerd te willen worden.

            -
Toen het afgesproken adres werd bereikt bleef de chauffeur achter het stuur zitten; hij hield de deur -ondanks verzoek- niet open.

Op 24 november 2014 worden verontschuldigingen voor dit voorval aangeboden.

 

Per e-mail van 24 november 2014:

 Gedeputeerde is wederom opgehaald door de oude en versleten auto, waarvan hij had aangegeven niet meer opgehaald te willen worden.

 

U bevestigt op 24 november dat een oude Mercedes is ingezet omdat een andere auto niet inzetbaar was vanwege schade. Inmiddels is de auto weer gerepareerd en zal de grijze Mercedes niet structureel meer worden ingezet.

 

Per e-mail van 26 november 2014:

 Klachten met betrekking tot een chauffeur, hij is onbekend met de route die hij moet rijden.

 

Per e-mail van 26 november 2014:

 Klachten met betrekking tot de facturatie: totaal minuten komen niet altijd overeen, wachttijden zijn te lang en niet in overeenstemming met wat is afgesproken, opgegeven woon/werkverkeer is structureel veel langer dan de werkelijke tijden.

 

Per e-mail van 1 december 2014 heeft u een toelichting verstrekt over de gefactureerde ritten van september en oktober. Deze toelichting biedt evenwel geen opheldering.

 

Per e-mail van 1 december 2014:

            -
De chauffeur/ auto verscheen op 18 november 2014 een half uur te laat op de afgesproken locatie;

            -
Er is niet altijd vervoer beschikbaar dan wel door een ons onbekende onderaannemer verricht;

            -
Er is geen nummer beschikbaar van de chauffeurs, zodat ambtenaren die gebruik mogen maken van het Arbo-vervoer, de chauffeurs niet kunnen bereiken;

            -
Chauffeurs zetten de passagier niet op de juiste plek af, waardoor zij gedwongen was nog een stuk verder te lopen (bijvoorbeeld met kruk).

Naast deze klachten met betrekking tot de staat van de auto’s, de facturaties en het gedrag van de chauffeurs, voldoet Job ook niet aan de eis dat geen van de in te zetten voertuigen ouder dan vier jaar mag zijn.

 

Tot op heden is nog immer de helft van de daadwerkelijk ingezette auto’s ouder dan vier jaar.

 

Zoals de Provincie reeds in haar eerste ingebrekestelling van 3 september 2014 heeft vermeld, zal zij de overeenkomst beëindigen indien een onberispelijke dienstverlening niet per direct en onvoorwaardelijk is gebleken. De Provincie heeft Job nog drie maanden kansen geboden, maar de dienstverlening blijft volstrekt onvoldoende, althans wordt verricht in strijd met de gemaakte afspraken. Daarenboven, enig vertrouwen dat de te verrichten dienstverlening op enig moment nog nauwgezet en onberispelijk zullen worden uitgevoerd, ontbreekt bij de Provincie.

 

Op grond van de vele structurele hiervoor geconstateerde en vastgestelde tekortkomingen in de nakoming van de overeenkomst (waarop Job telkens is gewezen), alsmede inzet van auto’s die ouder zijn dan vier jaar op 1 december 2014, althans niet de auto’s die Job heeft aangeboden, heeft de Provincie besloten de overeenkomst, inclusief addendum, met Job te ontbinden.

 

De vordering in kort geding

 

Job vordert:

 

de Provincie te gebieden de raamovereenkomst met Job voort te zetten en te verbieden een overeenkomst met betrekking tot de verlening van VIP-vervoer en Arbo-vervoer te sluiten met een andere partij.

 

Beoordeling door de voorzieningenrechter

 

Partijen zijn verdeeld over het antwoord op de vraag of de Provincie gerechtigd was de raamovereenkomst met Job buitengerechtelijk te ontbinden.

De tekortkomingen die de Provincie aan Job verwijt, lenen zich naar hun aard niet voor herstel. Daarbij komt dat de Provincie Job steeds in kennis heeft gesteld van gemelde klachten over de dienstverlening, waarmee zij Job in de gelegenheid heeft gesteld zich in het vervolg alsnog conform de contractuele verplichtingen te gedragen.

 

Job heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat zij op een deel van de fouten hoe dan ook niet kan worden afgerekend, omdat zij veel meer ritten heeft verzorgd dan gemeld in de aanbestedingsstukken. Dat standpunt wordt niet gevolgd. Niet valt in te zien waarom de (kwaliteits)eisen niet van toepassing zouden zijn in geval van meerwerk.

 

In de brief van 4 december 2014, waarmee de Provincie de overeenkomst heeft ontbonden, wordt een omvangrijk aantal verwijten geuit. Deze verwijten worden deels door Job betwist en voor het overige deel stelt Job zich op het standpunt dat hun geringe betekenis de ontbinding van de overeenkomst niet rechtvaardigt. De vraag of bepaalde andere voorvallen zich al dan niet hebben voorgedaan, leent zich niet voor beantwoording in een kortgedingprocedure als de onderhavige. Daarvoor is immers bewijslevering nodig. Uitgangspunt is evenwel dat iedere tekortkoming in de nakoming de wederpartij de bevoegdheid geeft te ontbinden. Vaststaat onder meer dat Job niet tijdig over de auto’s beschikte die zij in haar inschrijving had genoemd en dat personen niet steeds op tijd zijn opgehaald of niet op de juiste plaats zijn afgezet. Gelet op de brief van 4 december 2014 en het deel van de klachten dat door Job is erkend, is de voorzieningenrechter van oordeel dat niet bij voorbaat onaannemelijk is dat een rechter in een bodemprocedure zal oordelen dat de Provincie gerechtigd was tot ontbinding over te gaan. Dat leidt tot de conclusie dat de vordering strekkende tot nakoming van de raamovereenkomst niet voor toewijzing in aanmerking komt.

 

De hierboven weergegeven casus is een samenvatting en de naam Job is in verband met de leesbaarheid van het artikel gefingeerd. De volledige uitspraak is te vinden via de onderstaande link met rechtspraak.nl:  

 

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:4548

 

 

Home

 

Wilt u meer weten over het bovenstaande onderwerp, of heeft u andere vragen aan Schölvinck-Incasso? Dan kunt u mij bereiken via 020 – 622 4632, of gebruik het formulier hieronder om contact met mij op te nemen. U krijgt binnen 24 uur een reactie op uw e-mail.

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.