Vordering tot ontruiming van andere orthodontist in praktijkpand wordt afgewezen.

 

Op 23 juni 2004 hebben partijen een overeenkomst van samenwerking ondertekend. Deze overeenkomst is ingegaan op 21 juni 2004 en aangegaan voor onbepaalde tijd. Partijen oefenen vanaf die datum hun orthodontistenpraktijk uit in samenwerking met elkaar, elk zelfstandig en voor eigen rekening en risico, waarbij een aantal kosten, zoals die voor het gezamenlijk personeel en de huurpenningen, door partijen gezamenlijk worden gedragen.

 

Het geschil

 

[eiseres] vordert [gedaagde] te bevelen om de uitoefening van de orthodontiepraktijk in het praktijkpand per 1 april 2014 te staken en gestaakt te houden en [gedaagde] te bevelen om het praktijkpand  te verlaten, op straffe van een dwangsom, met machtiging van [eiseres] om dit bevel met behulp van de sterke arm zelf ten uitvoer te leggen.

 

Beoordeling door de rechtbank

 

[eiseres] stelt dat uitgangspunt is dat de partij die de overeenkomst heeft opgezegd, de praktijkuitoefening staakt en het praktijkpand verlaat. Volgens [eiseres] lijdt dit uitgangspunt alleen dan uitzondering, als de blijvende partij gebruik maakt van zijn voorkeursrecht, of als de blijvende partij erin toestemt dat de praktijk van de vertrekkende partij aan een derde wordt overgedragen. Wat die toestemming betreft is [eiseres] van mening dat zij een ruime bevoegdheid heeft om meerdere elkaar opvolgende kandidaten af te wijzen. Het moet gaan om een derde met een gelijkgerichte opvatting over orthodontie en een nagenoeg gelijk geaarde praktijkuitoefening. [gedaagde] heeft opgezegd tegen 1 april 2014. Nu [eiseres] geen gebruik heeft gemaakt van haar voorkeursrecht (omdat de prijs die [gedaagde] vroeg te hoog was) en [gedaagde] geen kandidaten heeft voorgedragen die de kandidatuur waard waren, dient [gedaagde] het praktijkpand te verlaten, aldus [eiseres].

 

[gedaagde] voert aan dat partijen in december 2012 overeenstemming hebben bereikt over de koop door [eiseres] van de goodwill van de praktijk van [gedaagde] ad € 350.000,00. Omdat [eiseres] bij nader inzien afzag van de koop heeft [gedaagde] meerdere kandidaten voorgedragen ter overname van haar praktijk. [eiseres] heeft deze kandidaten afgewezen, waardoor hij in beginsel verplicht is de praktijk van [gedaagde] over te nemen. Nadien hebben echter besprekingen plaatsgevonden die zijn uitgemond in de afspraak tussen partijen die is gemaakt op het kantoor van de raadsman van [gedaagde]. Deze afspraak houdt in dat een door [gedaagde] voorgedragen [belanghebbende] zou worden ingewerkt in de praktijk en kennis zou maken met de medewerkers. Een en ander is zo geschied en op dit moment staat een groot aantal behandelingen van patiënten voor [belanghebbende] ingepland. Op basis van deze afspraak is een koopovereenkomst tot stand gekomen tussen [gedaagde] en [belanghebbende] en worden thans onderhandelingen gevoerd tussen de raadsman van [eiseres] en de raadsman van [belanghebbende] in het kader van een beoogde samenwerkingsovereenkomst. Inmiddels heeft [eiseres] kenbaar gemaakt dat hij voornemens is om zijn praktijkaandeel aan een derde te verkopen, eventueel aan [belanghebbende].

 

Tegen de achtergrond van deze door [gedaagde] geschetste en door [eiseres] niet, althans onvoldoende betwiste gang van zaken, ligt toewijzen van de vordering van [eiseres] niet in de rede. Toewijzing van de vordering zou betekenen dat voornoemde, voldoende aannemelijk geworden afspraak tussen partijen zou worden doorkruist door het gedwongen vertrek van [belanghebbende], hetgeen ongewenste en onomkeerbare gevolgen voor [gedaagde] (en [belanghebbende]) met zich mee zou brengen. In het kader van een belangenafweging oordeelt de voorzieningenrechter dan ook dat het belang van [eiseres] moet wijken voor de belangen die [gedaagde], de werknemers van de praktijk, [belanghebbende] en de patiënten van [belanghebbende] hebben bij handhaving van de status quo tot in een eventueel te entameren arbitrageprocedure of bodemprocedure bij de civiele rechter zal zijn beslist. De vordering zal derhalve worden afgewezen.

 

De hierboven weergegeven casus is een samenvatting, de volledige uitspraak is te vinden via de onderstaande link met rechtspraak.nl:  

 

 

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBROT:2014:4995

 

 

Home

 

Wilt u meer weten over het bovenstaande onderwerp, of heeft u andere vragen aan Schölvinck-Incasso? Dan kunt u mij bereiken via 020 – 622 4632, of gebruik het formulier hieronder.

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.